eDing 19: Sociale netwerken

Auteur: Marja Verstelle, ICLON.

Inleiding

Sociale-netwerksites hebben een paar dingen gemeen: je maakt er een profiel aan. Je legt connecties met ‘vrienden’. En hun profiel kun je daarna eenvoudig bekijken en volgen. Zo kun je je sociale netwerk bijhouden: wie heeft er iets te vieren, wie een nieuwe baan? En net als je op feestjes kennismaakt met vrienden van je vrienden en zo je sociale netwerk uitbouwt, zo bieden ook sociale-netwerksites kansen om je netwerk uit te bouwen. Dit filmpje uit 2008 illustreert het concept van sociale-netwerktools en wat je er aan kunt hebben.

Bij sommige netwerksites staat je persoonlijke profiel en je netwerk centraal. FacebookHyves en LinkedIn zijn daar bekende voorbeelden van: de één meer voor je privé contacten, de ander voor je zakelijke contacten. Steeds vaker kun je je bij dit soort netwerksites ook aansluiten bij groepen van mensen met wie je iets deelt: bijvoorbeeld vakgenoten, belangenverenigingen, oud-studiegenoten, of mensen met wie je een passie voor een artiest of voor een merk deelt. Je ontvangt of deelt er nieuwtjes, tips, vacatures, je brengt er vragen in of werkt er samen aan campagnes,
Naast deze zogenaamde profielsites, zijn er ook sociale-netwerksites waar het groepskarakter meer voorop staat. Sites als Ning focussen zich op groepen mensen en wat zij onderling willen uitwisselen. De leden kunnen er ook een profielpagina aanmaken, maar die is vaak minder uitgebreid dan bij sites als LinkedIn of Hyves.


Veel sociale-netwerksites zijn gratis als je de reclame op de koop toeneemt. Een betaald lidmaatschap biedt vaak extra functionaliteiten en de reclame-uitingen op de sites verdwijnen.

sociale-netwerken

Sociale netwerken in het onderwijs

Wat hebben sociale-netwerksites met leren te maken? Sociale-netwerksites kunnen bijdragen aan een gevoel van sociale binding. En sociale binding kan een gunstig effect hebben op leren. Over het effect van sociale binding op leren is veel onderzoek gedaan.
Een eerste invalshoek daarbij is het effect van sociale binding op studievoortgang en verminderde studie-uitval. “Studenten die goed zijn geïntegreerd in hun studieomgeving hebben meer studiesucces”, blijkt uit onderzoek. Integratie op twee manieren speelt daarbij een rol:

  • sociale integratie: interactie met medestudenten en andere betrokkenen,
  • academische integratie: als studenten zich identificeren met hun studie en hun instelling, zich op hun gemak voelen in colleges en werkgroepen en gelegenheid hebben om met docenten en studenten in contact te treden.

Sociale-netwerk sites kunnen een bijdrage leveren aan de integratie van studenten in hun studieomgeving, door contacten met medestudenten, docenten en de instelling online te ondersteunen.
Een tweede invalshoek is het effect van sociale binding op intrinsieke motivatie. Uit onderzoek blijkt dat je sociaal verbonden voelen één van de bepalende elementen is voor intrinsiek gemotiveerd leren (Self Determination Theory, Ryan & Deci, in het artikel ‘Wat maakt leren leuk?‘ – pagina 8/11 –  toegankelijk beschreven door Rob Martens). Wie leert vanuit intrinsieke motivatie is meer gericht op begrip dan op het ‘van buiten leren’, is nieuwsgieriger, voelt zich prettiger, is meer bereid tot samenwerking en tot uitwisseling van kennis en presteert vaak beter.
Ook vanuit dit perspectief zou inzet van sociale-netwerksites, door sociale binding te versterken, een positieve bijdrage kunnen leveren aan leren van studenten.

Er zijn door enthousiaste pioniers inmiddels enkele jaren ervaringen opgedaan met sociale-netwerktools in het hoger onderwijs, soms met succes, soms ook niet; uit beide kunnen we lessen proberen te trekken over wat werkt. Hieronder geven we mogelijke toepassingen.

  • 1. Persoonlijke netwerktool,
  • 2. Leeromgeving voor communicatie tussen docent en studenten en studenten onderling,
  • 3. Netwerk ter versterking van de onderlinge sociale binding van een opleiding of instituut,
  • 4. Open kennisnetwerk voor diverse betrokkenen van binnen en buiten het instituut,
  • 5. Alumni-netwerk van een onderwijsinstelling, faculteit of opleiding,
  • 6. Leren óver sociale-netwerktools, als professioneel instrument.

Deze mogelijkheden staan hieronder beschreven, voorzien van voorbeelden en verwijzingen.

    • 1. Persoonlijke netwerktool
      Studenten leren hoe ze een sociale-netwerktool, bijvoorbeeld LinkedIn, kunnen gebruiken voor professioneel netwerken.

      • Studenten stellen een professioneel profiel op. Ze kunnen om een “aanbeveling” vragen van een stagebegeleider,
      • Studenten starten voor hun afstuderen al met de opbouw van een professioneel netwerk (met studiegenoten, docenten, contacten stagebedrijf) via 1 op 1 contacten en door lid te worden van groepen van vakgenoten,
      • student vraagt eigen contacten om aanbeveling of introductie voor b.v. een sollicitatie.

      Effectief gebruik van LinkedIn kan onderdeel vormen van sollicitatietraining.
      Tip: Pierre Gorrissen geeft een heldere beschrijving van mogelijke toepassingen door studenten in 7 dingen die je moet weten over LinkedIn.

    • 2. Leeromgeving voor communicatie tussen docent en studenten en studenten onderling
      Bijvoorbeeld:

      • bij een vak,
      • tijdens de stageperiode.

      Denk aan een besloten online groep op Hyves of Ning als alternatief voor Blackboard, voor informatievoorziening en onderlinge communicatie.

      In de traditionele DLO richt de docent de cursuspagina’s in, en is de enige met een profielpagina en als studenten al bijdrages leveren is dat op speciale daarvoor ingerichte fora. Op een sociale-netwerksite hebben ook de studenten een profiel en zijn daarmee zichtbaarder als deelnemer. Hun bijdrages zijn direct op de HOMEpagina zichtbaar. Het platform nodigt meer uit tot interactie en betrokkenheid.
      Een sociale-netwerktool als leeromgeving heeft als sterke kanten dat het:

      • communicatie versnelt,
      • hoge interactiviteit mogelijk maakt,
      • laagdrempelig is in gebruik,
      • en aansluit bij de dagelijkse leefwereld van veel jongeren.

      Sociale-netwerktools bieden geen toetsmodule of volgsysteem zoals de reguliere DLO’s.

      humediaprofielenVoorbeeld: Docente Indira Reynaert gebruikt voor het vak Practicum Nieuwe Media aan de Universiteit Utrecht nieuwe media sinds jaren een sociale-netwerksite als leeromgeving, eerst Hyves, inmiddels Ning. Naar grote tevredenheid. “Het grootste voordeel […] is dat studenten verplichtingen vermengen met sociale activiteiten. Dat past in deze tijd. Het is een vorm van empowerment: zelf controle hebben over je gebruik van media.” Lees de beschrijving van dit praktijkvoorbeeld op SURFspace. Hyves als leeromgeving is sterk in het bevorderen van interactie en betrokkenheid. Voor vakken waar sociale media ook onderwerp van studie zijn is het ook om die reden waardevol om ervaringen met sociale media op te doen. In vergelijking met een DLO als Blackboard mist een sociaal netwerksite ook veel functionaliteiten zoals toetsmodule en cijferlijst.
      De keuze voor een sociale-netwerksite als leeromgeving, kortom, hangt in hoge mate samen met je onderwijsopzet.

      Inmiddels is de docente overgestapt van Hyves op Ning. In deze beknopte powerpointpresentatie van de docente uit 2008 lees je meer over de aanleiding en bevindingen. Een cruciaal verschil is dat bij Ning de vermenging van privé en opleiding veel minder is; Hyves gebruikt het merendeel van de studenten voor het bijhouden van privécontacten, voor Ning geldt dat in veel mindere mate.

      Een tweede voorbeeld is de Ning-groep Zakenlunches en Zakendiner bij de faculteit Sociale Wetenschappen van de VU. In een besloten Ning omgeving onderhouden studenten en twee begeleidende docenten van Sociale Wetenschappen onderling contact tijdens een onderzoeksproject waarbij 16 studenten elk in een ander land consultants interviewen over het belang van informele klantcontacten in adviesprojecten. De studenten werkten zelfstandig aan hun eigen onderzoeksproject en participeerden daarmee tegelijkertijd in een collectief project.
      De community in Ning werd zeer druk bezocht. De activiteiten die op Ning plaatsvonden liepen van formeel tot informeel:

      • docenten zetten er materiaal klaar,
      • docenten coachen de studenten via commentaar op hun weblogs binnen de Ning groep zichtbaar voor de anderen, of individueel,
      • studenten leren van elkaar en ondersteunen elkaar met suggesties via reacties op de Ning weblogs,
      • social talk, tips over dress code, morele support.

      Behalve het onderling in contact zijn tijdens de stage, is het voordeel van de Ning omgeving dat het leerproces van de studenten transparant is voor elkaar.

      Tot slot nog een voorbeeld van een docent die op Facebook informatie plaatst: zowel over zijn vakgebied alsmede over zijn privé leven. Een beschrijving over hoe VUmc docent Wolter Mooi Facebook inzet staat op Frankwatching: Social media op universiteiten: “Docent, laat je gezicht zien!”

    • 3. Netwerk ter versterking van de onderlinge sociale binding van een opleiding of instituut

Een sociale-netwerksite kan de functie vervullen van het traditionele ‘prikbord’ van een opleiding, maar dan online. Welke gastspreker heeft de studievereniging uitgenodigd, op welke conferenties presenteren de docenten en waarover, wie heeft er een onderscheiding gekregen? Een agendarubriek, wetenswaardigheden en hoogtepunten. Een sociale-netwerktool voegt daar laagdrempelige interactie aan toe door studenten en docenten, inhoudelijk én informeel, waardoor de onderlinge betrokkenheid en de betrokkenheid van studenten bij het instituut verhoogt.

Een voorbeeld dat al jaren succesvol draait is de portal van Japanse Studies in Leuven. Op de portal is een besloten communitygedeelte voor studenten en medewerkers. Hierin kan iedereen zijn of haar profiel aanmaken, verbindingen met anderen maken, blogbijdrages leveren, vacatures zoeken en agendaberichten plaatsen. Studenten lezen een verslag van een docent die een presentatie verzorgt op een buitenlandse conferentie en vormen zich zo een beeld van de activiteiten van hun docenten buiten het collegelokaal, krijgen voeling met hun mogelijk toekomstig beroep, en voelen zich betrokken in de academische gemeenschap.
Overigens biedt Japanse Studies naast het besloten communitygedeelte met het open gedeelte van deze portal een dynamisch platform over de Japanse taal en cultuur. Studenten werken binnen het kader van verschillende vakken mee aan een rijke omgeving voor het netwerk van vakgenoten en geïnteresseerden, met een wiki over Japanse geschiedenis en een steeds verder groeiend woordenboek Japans-Nederlands. In dit opzicht heeft het voorbeeld van Japanse Studies ook elementen van de vierde toepassing: een community voor integratie met diverse betrokkenen binnen en buiten het instituut.

Steeds meer instellingen en opleidingen maken een Facebook pagina aan. Er zijn voorbeelden dat aanstaande studenten van een opleiding al worden toegevoegd aan een groepspagina in Facebook. Hieronder staan twee voorbeelden: 1 van de Vrij Universiteit Amsterdam (6.449 mensen vinden dit leuk) en 1 van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van deze universiteit (392 mensen vinden dit leuk).

   

    • 4. Open kennisnetwerk voor diverse betrokkenen van binnen en buiten het instituut
      Een stap verder dan een besloten groep binnen een sociale-netwerksite is het opzetten van een open netwerk, waarin studenten communiceren met professionals uit het veld. Het netwerk hoeft niet één-op-één gekoppeld te zijn aan één vak. Bij een open netwerk is het belangrijk dat deelname vrijwillig is en bij voorkeur ligt de regie in handen van de studenten zelf. Een succesvol voorbeeld is HU-media. HU-media (oftewel Hogeschool Utrecht Media) is door docent journalistiek Job Twisk geïnitieerd om sociale betrokkenheid tussen docenten, studenten en de opleiding te stimuleren. Dit vanuit een sterke overtuiging: “uiteindelijk vormt een community de basis voor een cultuur, een vruchtbare omgeving – zonder dat dit expliciet wordt uitgesproken tussen de leden van de community- waarin kennis wordt overgedragen. En dan niet de kennis die vrijkomt tijdens colleges of die in boeken staat, maar kennis die collectief aanwezig is in de community zelf en die alleen door interactief contact op een social network of mondeling aan elkaar wordt overgedragen”.Het opzetten van de Ning community was een opdracht in het kader van de specialisatie nieuwe media. Studenten van andere jaren begonnen zich al snel aan te sluiten, en ook docenten gingen deelnemen aan de discussies. De studenten plaatsten hun beste journalistieke artikelen, naast ook gedichten, foto’s en video’s van hun feesten. Dit alles was niet alleen online te zien maar ook op twee grote beeldschermen die op het instituut waren opgehangen. Studenten bewerkten materiaal van Ning tot een compilatie van video’s van studenten en een nieuwskrant. Door het bewerken van video’s leerden de studenten vaardigheden eerder dan in het curriculum gepland en vanuit een sterke motivatie. In samenwerking met een studievereniging nodigden studenten gastsprekers uit om online in discussie te gaan met hun jonge aanstaande collega’s waar velen op in zijn gegaan. Lees meer over de achtergrond van de opzet van Humedia in dit artikel.
      Inmiddels heeft HU-media 1.619 leden en wordt volledig door studenten gerund, “HUmedia is van de studenten, door de studenten” zoals op de site te lezen is.
    • 5. Alumni-netwerk van een onderwijsinstelling, faculteit of opleiding
      Met de groeiende populariteit van Hyves schoten de alumnigroepen als paddenstoelen uit de grond, vaak geïnitieerd door alumni zelf. Inmiddels hebben de communicatieafdelingen van de meeste instellingen voor Hoger Onderwijs sociale-netwerktools gevonden en benutten bijvoorbeeld LinkedIn groepen om alumni te binden en nieuws met hen te delen.
      Sommige opleidingen en instituten benutten zo’n netwerk breder en bieden met een sociale-netwerksite een laagdrempelige omgeving voor studenten, medewerkers en alumni om onderling te netwerken. Waarmee het meer gaat lijken op de toepassingen 3 en 4 hierboven. Een voorbeeld van zo’n actieve groep is ‘ULO Ning Community of Learners’ van de Lerarenopleiding van de VU. De groep wordt bezocht door zowel alumni als studenten, docenten en externe experts. “Juist de mix maakt het leuk en waardevol” aldus oprichtster Petra Fischer. “Alumni blijven makkelijker in contact met de Lerarenopleiding. En nieuwe studenten nemen contact op met alumni die hetzelfde vak geven.”

 

    • 6. Leren óver sociale-netwerktools, als professioneel instrument

Sociale-netwerktools zijn een steeds belangrijker instrument voor marketeers, politici, publieksvoorlichters, ondernemers, P&O medewerkers en kenniswerkers, om maar een aantal werkvelden te noemen. Denk maar eens aan de impact van sociale media op de opkomst bij inentingscampagnes, waar overheidsinstanties door overvallen werden en nu oplossingen voor zoeken.
Voor studenten kan leren via een sociale-netwerktool ook meer inzicht geven in de werking en waarde van dergelijke tools voor hun toekomstig werkveld.
De meeste impact heeft het als studenten zelf aan de slag gaan met het inzetten van sociale-netwerktools voor een opdracht en zo aan den lijve ervaren wat maakt dat het al dan niet werkt. Het artikel 7 Things You Should Know About Ning van EDUCAUSE beschrijft het voorbeeld van studenten politicologie die als opdracht Ning moeten inzetten om een open discussie te faciliteren over een verkiezingsissue.

sociale-netwerken_Geek-and-Poke

Tips en trucs

  • Verwacht geen wonderen van inzet van sociale-netwerksites op zich. Ja, het is waar dat sociale-netwerksites laagdrempelige communicatie kunnen bevorderen, communicatie kunnen intensiveren, motiverend kunnen zijn, de betrokkenheid van studenten kunnen stimuleren. Of dat zo uitpakt ligt uiteindelijk aan een uitdagende opdracht (zoals in genoemde praktijkvoorbeelden), geïnspireerde begeleiding en deelname door docenten, integratie in het onderwijsprogramma en effectief gebruik van tools.
  • De sterkste netwerken ontstaan door een combinatie van online en offline (face-to-face) contacten.
  • Sociale-netwerktools passen in de democratische uitgangspunten van het huidige internet: iedereen kan bijdragen, er is een grote vrijheid aan keuzes. Gebruikers bepalen organisch hoe sociale-netwerksites zich ontwikkelen. Succesvolle ontwikkelaars van sociale-netwerksites staan continue in contact met hun gebruikers.
    Overweeg je als docent om sociale-netwerk tools in je onderwijs in te zetten, schakel dan studenten daarbij in een vroeg stadium in bij de keuzes die je maakt. Schep een helder kader (opdracht) en daag studenten vervolgens uit in hun creativiteit en persoonlijke profilering en ontwikkeling. Biedt voldoende privacy, door met een besloten groep te werken. Eis nooit van studenten dat ze open op het web werken, respecteer hun privacy. Zie je mogelijkheden voor studenten om zich open te profileren of te netwerken, stimuleer hen dan maar hou het vrijwillig, en ondersteun hen om zoveel mogelijk om succesvol voor de dag te komen door hen bijvoorbeeld te trainen in de benodigde vaardigheden.

Keerzijdes van sociale-netwerksites: privacy

  • Sociale-netwerksites brengen mensen bij elkaar. Tegelijk groeit het besef dat openheid op het web ook keerzijdes heeft. De overheid en andere instanties maken ons er van jongs af aan van bewust dat je verstandig moet omgaan met wat je online zet. Criminelen kunnen aan de haal gaan met verstrekte persoonlijke gegevens. Het advies is profielpagina’s alleen voor je vrienden zichtbaar te maken; dit is vrijwel altijd zo in te stellen. Op netwerk sites waar je eigen naam niet cruciaal is, bijvoorbeeld waar je bookmarks deelt [link naar eding over social bookmarking] of je favoriete muziek, kun je evengoed een nickname gebruiken en een emailadres waaruit je identiteit niet makkelijk te herleiden is.
  • Sollicitatiecommissies vormen zich via zoekmachines steeds vaker een beeld van kandidaten. Via sociale-netwerksites kun je jezelf van beste kant laten zien. De keerzijde is dat dankzij die openheid en steeds betere zoekmogelijkheden ook die foto’s van dat uit de hand gelopen feestje onder ogen kan komen bij het bedrijf waar je solliciteert.
  • Sociale-netwerktools kunnen je als docent voor keuzes plaatsen. Hoe ga je om met uitnodigingen van studenten om te connecten op Hyves of LinkedIn? Accepteer je uitnodigingen? Ga je in op verzoeken om een aanbeveling te geven op hun LinkedIn profiel? Mensen accepteren uitnodigingen vanuit verschillende opvattingen over sociale netwerken. De één ziet LinkedIn als het virtuele alternatief voor de visitekaartjes die je uitwisselt. De ander gaat alleen in op uitnodigingen van relaties waar ze voor instaan. Heb het er over met collega’s en vrienden en maak voor jezelf heldere keuzes waar je consequent in bent. Zo kun je misverstanden of teleurstellingen voorkomen.
  • Willen studenten wel hun docent als friend op hun Hyvesprofiel? Ervaringen leren dat veel studenten studie en privé liever niet mengen. Een onderwijsproject in Hyves waar de meeste studenten privé actief op zijn is in dat opzicht ook al anders dan in Ning of LinkedIn. Betrek studenten vanaf het begin bij het opzetten van een pilot met een sociale-netwerksite.

Opdrachten

  • Kijk eens op Hyves en LinkedIn: heeft jouw onderwijsinstelling, misschien zelfs je faculteit of opleiding, daar groepen? Zijn die opgericht door studenten of door de instelling? Welk doel hebben ze: informeren, verbinden? Wat gebeurt er in de groep (Nieuws? Discussie? Eenzijdige informatie van de instelling naar de leden, of zijn er meerdere actieve deelnemers die vragen stellen en reageren?). Beschrijf je bevindingen op je weblog.
  • Zoek het profiel van drie bekenden op Hyves en LinkedIn. Welke verschillen vallen je op tussen de profielen op Hyves enerzijds en op LinkedIn anderzijds? Beschrijf 3-5 verschillen op je weblog.

Voor gevorderden

  • Heb je nog geen profiel op een netwerksite, heb je daar bepaalde overwegingen voor? Welke bezwaren hebben sommige mensen tegen een profiel op een netwerksite? Welke voordelen zie je die daar tegenover staan?
  • Bekijk de website van HU-media (het voorbeeld dat hierboven staat beschreven). Zijn er dingen die je opvallen, die je verrassen? Beschrijf eens 3 soorten activiteiten van studenten die je daar ziet. Met welk doel nemen studenten deel denk je? Aan welke leerdoelen zou dat een bijdrage kunnen leveren naar jouw mening?
  • Vergelijk eens de twee praktijkvoorbeelden van HU-media (zie ook Achtergronden) en Cross Media. Wat was de aanleiding voor het netwerk en wat het doel? Van wie kwam het initiatief? Wat is de rol van de docent en wat van de studenten? Welk doel heeft de groep uiteindelijk?
  • Bedenk eens een mogelijkheid voor je eigen vak/opleiding/instelling om met een Ning-groep of andere sociale-netwerktool te gaan werken. Schets eens hoe het er over 1 jaar uit zou kunnen zien (Hoe ervaren de studenten het, wat levert het ze op, waar zijn ze trots op? Wie zijn er bij betrokken? Hoe is het voor de docent(en)? Wat motiveert de studenten om deel te nemen?) Beschrijf eens het doel, eventuele beoordeling van studenten, de benodigde stappen om het te organiseren, faciliteren, geaccepteerd te krijgen door collega’s.

Achtergrondinformatie

Reageer