Auteurs: Lieke Heijmans en Martijn Arnoldus, Kennisland
Inleiding
Het internet is een gigantische uitruil- en kopieeromgeving. Dankzij de technologie hebben we nu meer content onder handbereik dan ooit tevoren, en daar wordt dankbaar gebruik van gemaakt. Ook in het onderwijs is de digitale wereld niet meer weg te denken als bron van informatie en content. Voor studenten niet. Voor docenten evenmin.
Maar mag dat kopiëren en hergebruiken van content wel? Het antwoord is niet noodzakelijkerwijs nee, maar zeker ook geen volmondig ja. Daarvoor zit de auteurswet te ingewikkeld in elkaar. In de auteurswet is geregeld dat de zeggenschap over creatieve werken, en daar valt de meeste digitale content onder, berust bij de maker van het werk of degenen aan wie de maker zijn rechten heeft overgedragen. Daarmee is het auteursrecht een verbodsrecht: niemand mag een werk gebruiken tenzij de rechthebbende daartoe uitdrukkelijk toestemming heeft verleend.
Probleem en oplossing
Heel strikt genomen houdt dat systeem van ‘alle rechten voorbehouden’ in dat de content op internet volledig op slot staat. Stel, je vindt via Google een afbeelding die je uitstekend kunt gebruiken in een digitale les, maar er zijn nergens contactgegevens te vinden van de maker. Als je het helemaal netjes wilt doen, mag je die afbeelding dan niet gebruiken. Maar het internet stelt juist in staat om op grote schaal content te vinden, te kopiëren, te hergebruiken en te bewerken. Officieel moet je op zoek gaan naar de eigenaar en aan hem schriftelijk om toestemming vragen. Dit kan al snel een onmogelijke dagtaak worden.
Creative Commons is een instrument voor mensen die dat probleem willen verhelpen. Veel mensen hebben al lang in de gaten dat de strikte toepassing van het volledige auteursrecht niet echt helpt bij het promoten en verspreiden van hun werk. Andere mensen willen juist graag dat anderen voort kunnen boorduren op hun werk. Hoe dan ook, het is duidelijk dat veel internetgebruikers hun werk met anderen willen delen – en hun de mogelijkheid willen bieden om dat werk te hergebruiken, te bewerken en verder te verspreiden – onder gunstige voorwaarden. Creative Commons wil deze mensen van dienst zijn met behulp van zes gestandaardiseerde, gratis ‘open content licenties’. Met een licentie geeft de rechthebbende aan anderen toestemming om zijn of haar werk op bepaalde manieren te gebruiken. Bijvoorbeeld voor commerciële doeleinden, of om te bewerken.
Zes licenties
Alle zes de licenties staan het gebruikers van een werk toe om kopieën van het werk te maken en die verder te verspreiden. Welke vrijheden de gebruiker verder nog heeft varieert per licentie. Er zijn vier bouwstenen die al of niet onderdeel van de licentievoorwaarden zijn:
- Naamsvermelding (BY: Attribution by)

Je staat anderen toe om het werk waar jij auteursrecht op hebt te kopiëren, distribueren, vertonen, en op te voeren, en om afgeleid materiaal te maken dat op jouw werk gebaseerd is – maar uitsluitend als jij vermeld wordt als maker. Deze voorwaarde zit in alle licenties; - Niet-commercieel (NC: Non-Commercial)

Anderen mogen je werk kopiëren, vertonen, distribueren en opvoeren, alsmede materiaal wat op jouw werk gebaseerd is, mits niet voor commerciële doeleinden; - GeenAfgeleideWerken (ND: No Derivatives)

Anderen mogen je werk kopiëren, distribueren, vertonen en opvoeren mits het werk in de originele staat blijft. Het is niet toegestaan dat anderen jouw werk gebruiken als basis voor nieuw materiaal; - GelijkDelen (SA: Share Alike)

Je staat anderen toe om van jouw werk afgeleid materiaal te maken onder de voorwaarde dat zij het onder dezelfde licentie vrijgeven als het originele werk. Deze voorwaarde komt uiteraard nooit samen voor met ‘GeenAfgeleideWerken’.
De bouwstenen leiden tot deze licenties. (Op de bijbehorende links zijn de bijbehorende licentieteksten uitgeschreven):
Naamsvermelding-NietCommercieel
Naamsvermelding-GeenAfgeleideWerken
Naamsvermelding-NietCommercieel-GelijkDelen
Naamsvermelding-NietCommercieel-GeenAfgeleideWerken
Deze licentie-iconen plaatst u op een logische plek in of bij uw werk. De iconen zijn als download te vinden op de website van Creative Commons. Is op een werk een Creative Commons licentie van toepassing dan mag iedereen het werk gebruiken op de manieren die de licentie toestaat.
Creative Commons in het onderwijs
Juist voor het onderwijs, waar heel vaak content wordt gecombineerd, wordt geactualiseerd en bewerkt, is Creative Commons een uitkomst. In Nederland en ook internationaal wordt op brede schaal geëxperimenteerd met open leermiddelen (open educational resources), ofwel educatieve content die onder een open content licentie beschikbaar is. Kijk bijvoorbeeld bij de Open Universiteit of in het voortgezet onderwijs bij Wikiwijs. Bij de achtergrondinformatie zijn enkele weblinks opgenomen naar portals. Het voordeel van open leermiddelen is dat die al voor een onderwijscontext zijn ontwikkeld.
Maar ook onder Creative Commons gelicenseerde ‘ruwe’ content, die nog tot educatief materiaal moet worden bewerkt, is voor docenten buitengewoon handig. Een fotosite zoals Flickr of de online encyclopedie Wikipedia bieden een schat aan gelicenseerde content die zonder veel beperkingen voor colleges, lessen en dergelijke gebruikt kunnen worden.
Ten slotte kun je zelf als maker heel gemakkelijk je zelf gemaakte educatieve content verspreiden door van Creative Commons licenties gebruik te maken. Zo kun je de samenwerking met andere docenten (op afstand) vergroten, studenten meer interactief met het materiaal laten werken, en zelfs kostbare feedback krijgen van buiten de onderwijswereld.
Tips en trucs
Hoe simpel Creative Commons ook opgezet is, het auteursrecht blijft een ondoorzichtig woud van regels en vol obstakels. Praat eens met een jurist en het wordt al snel duidelijk dat er veel grijze gebieden bestaan. Voor je met Creative Commons aan de slag gaat is het daarom handig om telkens de onderstaande checklist na te lopen.
- Zorg ervoor dat je werk binnen de Creative Commons licentie valt.
Creative Commons licenties gelden voor alle werken die via het auteursrecht beschermd kunnen worden. Dat zijn bijna alle denkbare vormen van content. Maar bijvoorbeeld niet ideeën, links, concepten of een melodietje in je hoofd; - Zorg ervoor dat je de auteursrechthebbende bent.
Als je de maker van het werk bent, dan ben je waarschijnlijk auteursrechthebbende en mag je het werk licenseren zoals je maar wilt. Maar pas op: als werknemer in het hoger onderwijs kan het zijn dat je werkgever de rechthebbende is! Check of er in jouw organisaties daarover afspraken zijn gemaakt. Bedenk verder dat als je voor het maken van jouw werk het werk van anderen hebt gebruikt, je voor dat gebruik toestemming van hen nodig hebt; - Zorg ervoor dat je begrijpt hoe Creative Commons licenties werken.
Kijk bij de achtergrondinfo aan het einde van dit eDing voor links naar meer informatie; - Wees specifiek over wat je licenseert.
Content zoals leermiddelen bestaat vaak uit een verzameling van werken die door de auteurswet beschermd worden. Op een weblog staan bijvoorbeeld tekst, foto’s en video naast elkaar. Geef daarom altijd duidelijk aan waarop je de Creative Commons licentie van toepassing verklaart. Bijvoorbeeld ‘op de inhoud van deze weblog is een CC-licentie van toepassing’ of ‘alle foto’s in deze les zijn beschikbaar onder een CC-licentie’; - Vermijd conflicterende licenties.
Gebruik je voor jouw werk ander werk dat al onder een bepaalde Creative Commons licentie beschikbaar is, zorg dan dat je een licentie kiest die niet in strijd is met die andere Creative Commons licentie. Als je voor een video bijvoorbeeld muziek gebruikt die onder een Creative Commons Naamsvermelding-NietCommercieel licentie beschikbaar is, dan kun je aan die video geen licentie koppelen die wél commercieel gebruikt toestaat.
Opdrachten
- Om bij dat laatste te beginnen: veel keus is er niet. 21edingen gebruikt standaard de Creative Commons Naamsvermelding-NietCommercieel-GelijkDelen licentie. Schrijf een korte blogpost over wat deze licentie inhoudt, en noem een aantal voor- en nadelen van deze licentie. En hulpmiddel daarbij kan de licentiekeuze wizard zijn.
- Gebruik Flickr of Google Advanced Search om een bij de blogpost passende foto te vinden en publiceer die in de blogpost. Bedenk zelf een correcte manier van Naamsvermelding.
- Zoek op Wikipedia de Nederlandse pagina over Creative Commons op. Zoek uit of je deze tekst integraal mag overnemen in je eigen blogpost en verwerk je antwoord op de een of andere manier in de post die je onder 1. hebt geschreven.
Voor gevorderden
- Schrijf een blogpost over de voor- en nadelen van ‘open leermiddelen’. Gebruik onder meer de links die bij achtergrondinformatie worden genoemd, neem in je blogpost meerdere afbeeldingen, foto’s en/of video op die je zelf gezocht hebt. Zorg telkens voor correcte naamsvermelding.
- Zoek uit of het is toegestaan dat je deze blogpost op een andere website onder een andere Creative Commons licentie publiceert.
- Bekijk de FAQs van Creative Commons. Bedenk minimaal drie vragen die er nog niet tussen staan, maar die je wel relevant vindt. Vermeld die vragen in een nieuwe blogpost en ligt je keuze toe.
Achtergrondinformatie
- Creative Commons Nederland heeft veel extra info en links over auteursrecht en licenties.
- Creative Commons Internationaal voor wat er in het buitenland gebeurt.
- ccLearn is de organisatie van Creative Commons die helemaal op het onderwijs is gericht.
- OpenED, de open leermiddelen community van Creative Commons.
- CC/SURF Rapport over hergebruik van content in hoger onderwijs.
- Dertig vindplaatsen voor Creative Commons content.
- De achtergronden en motivatie van Creative Commons.
- OER Commons is een wereldwijd lerend netwerk met open content leermiddelen.
- SURFfoundation geeft een uitgebreide uitleg van het auteursrecht in de context van het hoger onderwijs en heeft ook een online copyright check.
- SURFspace gaat in op digitale rechten.
- Auteursrecht voor professionals, makers en gebruikers.
- Auteursrechtendossier van Kennisnet.
- Wetenschappelijke kijk op auteursrecht van het Instituut voor Informatierecht.
- Advies auteursrecht en open leermiddelen (2009).
- Zeven mythes over open leermiddelen (2009).

Reageer