Auteur: Silvester Draaijer
Inleiding
Zoals je heb kunnen zien in eDing 11, informatievaardigheden is er via digitale bronnen ongelofelijk veel informatie beschikbaar. Dit maakt het wel heel eenvoudig om kant- en klare informatie over te nemen en (on)gewijzigd te gebruiken in een eigen rapport, essay of werkstuk.
Hier schuilen echter enkele adders onder het gras. Het overnemen van informatie van anderen zonder de juiste wijze van verwerking of citeren, leidt tot inbreuk op het auteursrecht. Bovendien is het onmogelijk om de originaliteit of de (wetenschappelijke) onderbouwing van feiten, concepten of theorieën te kunnen controleren door anderen. Dat is o.a. van groot belang voor docenten die werkstukken van studenten moeten beoordelen. Die werkstukken moeten door de student zelf ontwikkeld zijn, het moeten persoonlijke, authentieke prestaties zijn zodat de docent een oordeel kan geven over de student zelf (en niet over de bronnen waar deze uit put). Tot slot kan gesteld worden dat het voor daadwerkelijk leren het van essentieel belang is dat informatie wordt ‘verwerkt’ om tot ‘bruikbare kennis’ te kunnen leiden. Het alleen overnemen van informatie heeft geen leereffect. Kortom, er is voldoende aanleiding om aandacht te schenken aan plagiaatpreventie en plagiaat in de Web2.0 omgeving.
Plagiaat in het onderwijs
Ten behoeve van werkstukken kunnen studenten informatie overnemen uit diverse bronnen (internet, wetenschappelijke publicaties, kranten etc.), of, in het kader van een opdracht, van elkaar. In beide situaties kan sprake zijn van plagiaat en daarmee fraude. Plagiaat in milde vorm is het (op een onwetende wijze) niet vermelden van originele bronnen. Plagiaat in ernstige vorm is het moedwillig overnemen van werk van anderen zonder bronvermelding.
In de praktijk van de individuele docent lijkt het bestrijden van plagiaat en fraude zich vooral te richten op de mogelijkheden om plagiaat snel op te sporen om de student vervolgens te kunnen ‘straffen’. Dat is een beperkt uitgangspunt.
Voor een succesvolle aanpak van plagiaat in het onderwijs wordt aanbevolen om een evenwicht te vinden tussen preventie en bewustwording aan de ene kant en plagiaatdetectie en sancties aan de andere kant. Vanuit het studentperspectief kan aan plagiaat en plagiaatpreventie worden gewerkt door in een viertal fases te denken:
- Fase 1: Bewustzijn
Studenten moeten bewust worden gemaakt wat fraude en plagiaat is. Dit kan in de vorm zijn van instellingsbrede (of facultair, opleidingsniveau) voorlichting via websites, brochures e.d. - Fase 2: Voorkoming
Aan het begin van een studie, en daarna herhaald bij die onderdelen van de studie waarbij dat van belang is, dient er aandacht te zijn voor het thema plagiaat. Cursussen “Informatievaardigheden” dienen dit thema aan te snijden. Zie hiervoor eDing 11 over Informatievaardigheden.
Daarnaast kun je als docent de opdrachten zo construeren dat:- studenten kunnen weten wat er geëist wordt m.b.t. omgaan met bronnen en plagiaat;
- ze authentiek denkwerk vragen;
- er een begeleidings- en beoordelingsprocedure is die in een eerdere fase dan de beoordelingsfase, plagiaat voorkomt.
Bij de Tips en trucs van dit eDing staan suggesties om dit te bewerkstellingen.
- Fase 3: Ontdekking
Wanneer je een ingeleverd werkstuk leest kun je het vermoeden hebben dat er plagiaat is gepleegd. Je kunt dan op het internet op zoek gaan naar een kenmerkende zin uit de ‘verdachte’ tekst. Plaats de zin bij de internet-zoekmachine tussen aanhalingstekens, zodat er op de exacte zin word gezocht en niet op de losse woorden. Het is dan mogelijk dat je ontdekt dat de zin van het internet is overgenomen.
Wanneer werkstukken digitaal zijn ingeleverd kun je tegenwoordig eenvoudig controleren of er daadwerkelijk authentiek werk is geleverd. Er zijn op bijna alle instellingen voor hoger onderwijs (online) computerprogramma’s beschikbaar waar studenten werk in een afgeschermde omgeving kunnen inleveren en die vervolgens automatisch de werkstukken controleren op tekstovereenkomsten. Dit geldt zowel voor werkstukken onderling als op teksten van het internet. De meest gebruikte programma’s zijn Ephorus, Turnitin, Urkund, SafeAssign en WCopyfind (open source).
Als docent kun je na het controleren van een document een rapportage opvragen. Dan kun je zien hoeveel het document overeenkomt met documenten van mede-studenten of met documenten die op het Internet te vinden zijn. Ook controleren dergelijke programma’s op ingeleverd werk van voorgaande jaren als de documenten in een gemeenschappelijke database worden opgeslagen.
Deze plagiaatdetectieprogramma’s zijn niet zaligmakend. Het kan zijn dat het programma sommige bronnen niet kan ontdekken (omdat ze afgeschermd zijn) of dat studenten de originele teksten zo sterk hebben veranderd zodat het programma het plagiaat niet ontdekt. Ook kan het zijn dan alle ontdekte bronnen simpelweg correct zijn verwerkt.
Om te weten of er wel of geen plagiaat heeft plaats gevonden is het noodzakelijk om de plagiaatrapportages en de werkstukken zelf te beoordelen.
- Fase 4: Sanctionering
Als er plagiaat of fraude is geconstateerd, dan dienen er duidelijke richtlijnen en procedures te bestaan voor personeel en studenten over de consequenties. Het sanctioneren is afhankelijk van de zwaarte van de overtreding en het beleid en de regels van de instelling. Het kan zijn dat er een reprimande volgt, dat studenten moeten voorkomen bij de examencommissie, dat het betreffende vak opnieuw moet worden gedaan tot zelfs de maatregel dat de student een jaar van het volgen van onderwijs worden uitgesloten.
Tips en trucs
- Zorg voor duidelijk beleid op instellingsniveau en communiceer dit als docent ook naar de studenten;
- Zorg voor een specifieke inhoudelijke afbakening van de opdracht.
Stel dat je studenten een analyse wilt laten maken van een bepaalde casus of situatie met behulp van een theorie. Varieer dan bijvoorbeeld ieder jaar de casus of zorg dat er meerdere casussen zijn; - Wijzig de presentatie van de opdracht.
Het kan zo zijn dat je als docent gebonden bent aan een inhoudelijk vrij identieke opdracht. Door de presentatie te wijzingen kun je snel werk herkennend dat door studenten klakkeloos uit voorgaande jaren is overgenomen. Manieren om de presentatie te wijzigen zijn:- Verander elk jaar de nummering van de opdrachten;
- Verander elk jaar enkele inhoudelijke kernbegrippen door synoniemen;
- Verander elk jaar de literatuurverwijzingen in de opdracht.
- Zorg voor fasegewijze productie van het werkstuk.
Laat studenten bij voorkeur niet zonder begeleiding en feedback een eindwerkstuk inleveren. Laat ze voorlopige versies van werkstukken inleveren en geef daarop feedback. Als studenten op dat moment al externe bronnen gebruiken voor hun conceptteksten, wijs ze dan op de juiste wijze van gebruik en verwijzing.
Het is ook mogelijk om een tussenopdracht te geven waarbij studenten bronnen moeten analyseren. Deze analyses kunnen verzameld worden zodat alle studenten deze kunnen gebruiken. Bij de behandeling van deze opdracht kan er aandacht worden besteed aan het verwerken van deze informatie; - Laat studenten ook hun ‘bron’ vermelden als ze met iemand hebben samengewerkt. Het gaat er dan om dat ze bij individuele opdrachten aangeven dat ze iets hebben gevraagd aan een medestudent, een buurman, een ouder, een docent etc. Op die manier wordn ze zich al heel snel veel bewuster van wat ze eigenlijk allemaal ‘lenen’ van andere mensen. En het wordt zo heel snel gewoonte om elke zin die je op papier zet te controleren op bronnen (met dank aan Marianne Renkema, schrijfster van eDing 11, voor deze tip!);
- Zorg dat studenten gebruik gaan maken van referentieprogramma’s. Zie: eDing 12, Referentieprogramma’s.
Opdrachten
- Doe zelf eens wat plagiaat testjes bijvoorbeeld in de webcursus Informatieverwerken.
- Zoek instellingsspecifieke informatie over plagiaatpreventie op: hoe gaat jouw instelling daar mee om wat is vastgelegd in regels, waar kun je studenten naar verwijzen? Neem die informatie door. Geef in de blog bijdrage weer wat jij zou kunnen communiceren over dit onderwerp aan studenten.
- Onderzoek of je instelling beschikt over een plagiaatdetectiesysteem. Zoek eventuele handleidingen op. Vraag naar ervaringen van collega’s over dat systeem. Schrijf enkele ervaringen van je collega’s (of jezelf) in je weblog.
- Welke tip geef je een collega die iets wil weten over plagiaat? Zet in je blog in het kort waar en welke voor informatie over plagiaat(preventie) op je instelling beschikbaar is en welk programma er wordt gebruikt.
Voor gevorderden
- Stel dat je als docent een heleboel werkstukken laat controleren door een plagiaatscanner. Na de analyse blijkt dat alle werkstukken tussen de 20% en 40% ‘op elkaar lijken’ en dat een paar werkstukken zo’n 80-90% op elkaar lijken. Waar duiden deze percentages waarschijnlijk op? Het antwoord is hier te vinden;
- Laat eens iets controleren op plagiaat.
- Kies een door jezelf geschreven artikel uit dat al eens is gepubliceerd. Laad dit in in de plagiaatscanner van je eigen instelling. Welk resultaat krijg je? Ben je zelf al eens geplagieerd?
- Kies een wetenschappelijk artikel uit waarvan je de bron precies weet maar vermoed de plagiaatscanner van je instelling deze niet kan vinden. Klopt je veronderstelling?
- Hoe gemakkelijk is het om teksten om te vormen? Doe onderstaande testjes.
- Schrijf voor jezelf een tekstje van 10 regels over een willekeurig onderwerp dat je interesseert. Bijvoorbeeld wat is de inhoud van een cursus die je verzorgt voor je studenten.
- Wacht nu 1 dag en lees de opdracht die nu volgt dan pas.
- Schrijf opnieuw het tekstje van 10 regels over hetzelfde onderwerp en probeer precies dezelfde tekst te schrijven.
- Vertaal beide teksten met een vertaalprogramma van het Nederlands naar het Engels. Bijvoorbeeld met de vertaal-tool van Google;
- Bepaal met behulp van de plagiaatscanner van je instelling (of met WCopyFind of Google) of de documenten ook als ‘plagiaat’ worden gezien. Wat is je conclusie?
Achtergrondinformatie
- SURFspace good practice over plagiaatpreventie;
- Plagiaatpreventie website met informatie van de Universiteit van Tilburg;
- Plagiaatpreventie informatie Katholieke Universiteit Leuven;
- Understanding Plagiarism, Companion Website van Prentice Hall.
- Voorbeeld van een informatie aan docenten: Plagiaatpreventie op de VU, Informatie ten behoeve van docenten in het professionaliseringtraject VU;
- Eindrapport DU-project plagiaatpreventie in de praktijk: Op weg naar een instellingsbreed plagiaatbestrijdingsbeleid;
- Oosterhuis-Geers, J. A. (2002). Copy-paste van het Internet. Universiteit Twente. (niet online beschikbaar)


Reageer