eDing 12: Referentieprogramma’s

Auteur: Gerard Bierens

Inleiding

Al jaren worden in het onderwijs reference management tools gebruikt ter ondersteuning van (wetenschappelijk) onderzoek en aanverwante researchactiviteiten. Reference management tools helpen bij het correct vastleggen, bewerken en hergebruiken van publicaties. De werking berust op het gegeven dat aan publicaties vrijwel altijd beschrijvende informatie (metadata) wordt toegevoegd; titel, auteur, publicatiedatum enzovoorts. Reference management software herkent dergelijke gegevens en kan deze in een persoonlijke bibliotheek plaatsen. Deze verzameling kan dan weer gebruikt worden om delen van die teksten te citeren en literatuurverwijzingen toe te voegen aan een eigen artikel, afstudeerverslag of anderssoortige publicatie.
Lange tijd was de onderzoekende student/docent vooral aangewezen op tools als RefWorks en EndNote. De eerste versie van Endnote kwam al in 1988 uit en met iedere nieuwe versie werd hun positie als marktleider een stukje sterker. Maar doordat er met iedere nieuwe versie ook nieuwe functionaliteiten bij kwamen werd het ook een steeds grotere en vooral complexere tool. Ook het pakket RefWorks biedt veel functionaliteiten, maar is evenmin eenvoudig in gebruik. Nieuwe gebruikers van deze tools worden daarom vrijwel altijd op cursus gestuurd en bijna iedere universiteitsbibliotheek heeft EndNote / RefWorks specialisten in dienst.


EndNote en RefWorks worden nog altijd veel gebruikt, niet omdat het de beste tools zijn, maar vooral omdat men er al zolang mee werkt. Reference management tools anno 2009 zijn echter geen zware, complexe desktop-applicaties meer, maar online lichtgewicht en ‘easy to use’ web-applicaties. Ergens rond 2004, nog voor de web 2.0 hype, raakten de eerste zogenaamde ‘Social Bookmarking’ sites in opkomst, zoals Delicious en Furl (inmiddels overgenomen door Diigo). Voor wie nog nooit van Social Bookmarking heeft gehoord zal deze uitleg vast te kort zijn, maar in de basis draait het om het vastleggen en delen van online bronnen in een sociaal netwerk. De meerwaarde van deze web 2.0 tools zit vooral in het kennisdelingsaspect: gebruikers zetten hun favorieten online waar anderen, die geïnteresseerd zijn in dezelfde onderwerpen, ze kunnen zien en kunnen overnemen. Hoe meer je deelt, des te beter zijn de door deze tools gegenereerde verwijzingen naar voor jou relevante bronnen. Meer informatie over social bookmarking vind je bij eDing Social Bookmarking.

Zotero

Schermafbeelding Mendeley. Klik voor een vergroting

21edingen mendeley

Online reference management tools als Connotea, Zotero en Mendeley (zie afbeelding) hebben voortgebouwd op dat principe: met die tools kun je niet alleen je favoriete webpagina’s online bewaren en delen maar ook andere bronnenverzamelingen: artikelen (PubMed, Google Scholar), boeken (Google Books, Amazon), annotaties (WorldCat, PiCarta), proefschriften, papers, rapporten, mediabestanden enzovoorts kunnen worden vastgelegd. Ze kunnen daarmee de concurrentie aan met desktop-tools als EndNote en RefWorks. Deze ‘next generation’ tools zijn stukken eenvoudiger in het gebruik. Omdat informatie niet langer lokaal wordt opgeslagen, maar op het web, is de inhoud altijd en overal beschikbaar. Maar het allergrootste voordeel is toch wel de mogelijkheid om bronnen met anderen te kunnen delen. Het individu kan zo profiteren van de kennis van velen; in web 2.0 terminologie bekend als ‘wisdom of the crowd’.

Reference Management Tools in het onderwijs

  • Persoonlijke bibliotheek
    Schermafbeelding Zotero. Klik voor een vergroting

    Zotero; klik op het plaatje voor een vergrotingVan oudsher is dit de kernfunctie van reference management, het ordenen van documenten in een persoonlijke bibliotheek. Menig wetenschapper zal beamen dat die persoonlijke bibliotheek onmisbaar is: de hierin verzamelde artikelen vormen vaak de basis voor nieuw onderzoek. Studenten gebruiken resource management bijvoorbeeld in de oriënterende fase van een afstudeeropdracht om gevonden research papers en andere artikelen in hun persoonlijke bibliotheek te bewaren. Omdat een tool als Zotero zich nestelt in de (firefox-)webbrowser is het vastleggen van gevonden metadata werkelijk een fluitje van een cent geworden. Omdat die persoonlijke bibliotheek op het web staat, is het ook mogelijk om (delen van) die verzameling vrij te geven. Voor een student kan de bronnenverzameling een mooie aanvulling vormen op het portfolio, de docent kan prima de voortgang van de student volgen.

    Uiteraard is het ook mogelijk om de gevonden documenten te citeren in je onderzoek. Tools als Zotero en Mendeley hebben hiervoor add-ins voor de meest bekende tekstverwerkers, zoals Word en Open Office. Met één klik op de knop wordt een verwijzing ingevoegd in een document en kan – aan het einde van het document – een bibliografie ingevoegd worden (zie filmpje onderaan deze paragraaf).

  • Gebruik expertise van anderen
    Waar voorheen het peer-review principe indicatief was voor de kwaliteit van een artikel, zijn het nu steeds vaker online reference tools waarmee diezelfde artikelen actief door een community gedeeld, becommentarieerd en beoordeeld worden. Wie bijvoorbeeld een account neemt bij Mendeley heeft direct toegang tot vele referenties van anderen en daarmee ook tot de kwaliteitscriteria van anderen. Je aansluiten bij zo’n community is aan te raden: het geeft op een laagdrempelige manier toegang tot resources die op een andere manier wellicht nooit gevonden zouden zijn. Bibliotheken in het hoger onderwijs kunnen deze communties bijvoorbeeld inzetten als researchinstrument of integreren in informatievaardighedentrainingen.
  • Samenwerken
    Studenten in het hoger onderwijs werken nog zelden alleen aan afstudeeropdrachten, docenten werken in teams en onderzoekers organiseren zich in – soms vakgebiedoverstijgende – kenniskringen. Samenwerken is het devies, en juist op dit terrein hebben online reference management tools zich enorm ontwikkeld. Wie binnen het eigen vakgebied op zoek is naar experts kan deze bijvoorbeeld via de People Directory van Mendeley vinden. Maar ook onderlinge samenwerking wordt gefaciliteerd: een lector kan bijvoorbeeld de kenniskringleden toegang geven tot een referentieverzameling in een afgeschermde ruimte.
  • Integreren in lesprogramma
    Voor de hand liggend is het voorbeeld van de docent die ter voorbereiding van een les of cursus een lijst van verplichte literatuur aanmaakt met Connotea. Die lijst kan eenvoudig worden ingebed in een digitale leeromgeving en hoeft dus niet in elke cursusmodule opnieuw te worden ingevoerd. Studenten vinden de lijst via de ELO of halen alle content via RSS (eDing 2) binnen. Wanneer de docent nieuwe content toevoegt, ontvangen de studenten die automatisch in hun RSS-lezer.
    Invoegen van bronnen in een MS Word document met Mendeley

Tips en trucs

  • Wie serieus aan de slag gaat met reference management tools moet zich realiseren dat het rendement van dergelijke tools sterk afhangt van de mate waarin iemand informatievaardig is. Informeer daarom bij de bibliotheek naar de mogelijkheden omtrent workshops informatie- en onderzoeksvaardigheden. Veel universiteits- en hogeschoolbibliotheken bieden diverse vormen van instructie aan, soms zelfs geheel via het web.
  • Wie op zoek is naar een manier om niet alleen referenties, maar complete documenten te bewaren in een persoonlijke bibliotheek, zou eens moeten kijken naar Evernote. Hoewel niet echt een specifieke reference management tool kan het tot op bepaalde hoogte wel als zodanig gebruikt worden. Bovendien heeft Evernote als voordeel dat de inhoud altijd en overal beschikbaar is; zowel via een desktop-applicatie, het web en zelfs via mobiele devices. Op dit Evernote notebook staan tips voor het gebruik van Evernote.
  • Veel databanken, vooral die van grotere uitgeverijen als Elsevier en EBSCO, zijn voorbereid op reference management tools. Beschrijvingen kunnen met één druk op de knop vrijwel altijd geëxporteerd worden naar EndNote (en naar minder bekende formaten als Bibtex en RIS). Het is echter niet nodig om over de EndNote-applicatie te beschikken, ook webbased tools als Connotea, Zotero en Mendeley kunnen met deze formaten overweg.

Opdrachten

  1. Surf met de Firefox-webbrowser naar Zotero en installeer daar de meest recente versie van Zotero (3.0). Herstart Firefox en ga vervolgens naar WorldCat.org, een internationale bibliotheekcatalogus met toegang tot de collecties van vrijwel alle Nederlandse universiteits- en HBO-bibliotheken. Doe een zoekopdracht naar een onderwerp dat je interesse heeft. Leg interessante publicaties vast met Zotero en voeg zelf tags toe. Doe dit voor tenminste drie verschillende publicaties. Verken daarna de mogelijkheden van Zotero. Beschrijf in je weblog wat je indruk van Zotero is.
  2. Maak een account aan bij Mendeley en download en installeer Mendeley Desktop. Na de installatie is de ‘Add to Mendeley Bookmarklet’ toegevoegd aan de werkbalk van de webbrowser. Zoek ook hier in WorldCat.org (of een andere databank naar keuze) naar relevante artikelen en klik op ‘Add to Mendeley’ zodra je in een interessant artikel hebt gevonden. Verifieer of de overgenomen inhoud klopt en voeg zelf trefwoorden toe (tags). Bewaar de beschrijving en open vervolgens weer Mendeley Desktop. Bekijk je persoonlijke library. Wat valt op?

Voor gevorderden

  • Log in bij Mendeley.com en klik op ‘My Profile’. Bewerk je profiel via ‘Edit my profile’. Voeg eigen publicaties toe. Ga daarna op zoek naar experts binnen je eigen vakgebied en voeg interessante personen toe aan je contactenlijst.
  • Maak in Mendeley een ‘Public Collection’, met daarin een lijst van aanbevolen literatuur. Gebruik de ‘embed on other websites’ om deze lijst te publiceren op je eigen weblog. Geef in je weblog aan of en welke mogelijkheden je ziet om dit zelf actief in te zetten.

Achtergrondinformatie

1 reactie to “eDing 12: Referentieprogramma’s”

  1. Ding 12: Endnote « Dingen@Zuyd zegt:

    [...] iedereen op zijn werkpc mag doen. Klik voor meer informatie over deze twee programma’s op de blogpost van Gerard [...]

Reageer