Auteur: Marianne Renkema, Wageningen UR
Inleiding
Informatievaardigheden hebben we nodig om een bepaalde taak of klus uit te voeren op school, werk, in het dagelijkse leven, en om blijvend te leren en onszelf te ontwikkelen. Informatievaardigheden helpen ons om niet te verdwalen in het grote aanbod aan informatie.
Informatievaardigheden gaat over omgaan met informatie. En dat wordt heel breed opgevat. Allereerst gaat het om het herkennen van een informatiebehoefte en het formuleren van een zo specifiek mogelijke informatievraag, gevolgd door het selecteren van bronnen, die de benodigde informatie op kunnen leveren. Kennis over deze bronnen en de manieren waarop je in deze bronnen kunt zoeken zijn belangrijk voor een geslaagde zoekactie. Verder gaat het over een kritische beoordeling van de gevonden informatie op bruikbaarheid, kwaliteit en betrouwbaarheid en de verwerking van deze informatie in een verslag of thesis zonder dat er plagiaat gepleegd wordt.
Onder het kopje Informatievaardigheden in het onderwijs zal verder ingegaan worden op lesmateriaal, standaarden en beoordeling van informatievaardigheden. Hier zullen we ons concentreren op informatiebronnen en dan met name nieuwe media en hulpbronnen op internet en de betrouwbaarheid hiervan.
Informatie is beschikbaar in verschillende vormen: persoonlijke ervaringen, boeken, onderzoeksverslagen, krantenberichten, weblogs, tijdschriftartikelen, (bibliografische) bestanden en nog veel meer. Sommige van deze bronnen zijn online, sommige helpen je om verdere informatie te vinden (“hulpbronnen”). Welke bronnen geschikt zijn, hangt af van het soort informatie dat je wilt vinden. Onderstaande tabel geeft mogelijke bronnen en hulpbronnen weer voor specifieke informatievragen.

Boeken
Als je op zoek bent naar een boek over een bepaald onderwerp, raadpleeg je de catalogus van de bibliotheek. Een bibliotheekcatalogus geeft echter alleen het bezit weer van één specifieke bibliotheek. Een bestand om catalogi van meer dan 400 Nederlandse bibliotheken in een keer te doorzoeken is de Nederlandse Centrale Catalogus (NCC). PiCarta is de toegang tot de NCC. Deze is te benaderen via uw instellingsbibliotheek. Een vrij toegankelijk alternatief is WorldCat. Dit is een wereldwijde catalogus waarin ook informatie uit de NCC is opgenomen. Leuk aan WorldCat is dat het aangeeft wat voor jou de dichtstbijzijnde bibliotheek is met het boek, dat je wilt lezen.
Boeken zijn niet meer alleen beschikbaar op papier, maar ook online te raadplegen. Universiteitsbibliotheken schaffen grote collecties elektronische boeken aan op basis van een abonnement. Hier zitten helaas nog niet veel studieboeken bij. Verder zijn veel boeken of stukken eruit gratis beschikbaar als gevolg van grote digitaliseringsprojecten, bijv. het Gutenberg project en Google Book Search. Een lijst met collecties van digitale boeken en gespecialiseerde zoekmachines is te vinden op de website van Bibliotheek Wageningen UR.
Wetenschappelijke artikelen
Bibliografische bestanden of bibliografieën zijn een hulpmiddel om artikelen uit wetenschappelijke tijdschriften en soms ook uit vakbladen te vinden. Het zijn bestanden met korte beschrijvingen van artikelen, maar soms ook van boeken, hoofdstukken uit boeken, congresverslagen en proefschriften. Aan deze bestanden is een uitgebreide zoekfunctie gekoppeld.
Er zijn algemene of multidisciplinaire bestanden (Scopus en Web of Knowledge), waarin je over elk onderwerp artikelen kunt vinden, en vakspecifieke bestanden, zoals ERIC (onderwijs) en PubMed (geneeskunde). ERIC en PubMed zijn vrij toegankelijke bestanden, maar meestal is toegang tot de bestanden vrij duur. Tot welke bestanden je onderwijsinstelling toegang geeft en welke bestanden relevant zijn voor een bepaald vakgebied, kun je zien op de website van je eigen bibliotheek.
Een vrij goed alternatief voor de dure bestanden zijn de zoekmachines Scirus en Google Scholar. Deze zoekmachines doorzoeken de volledige tekst van de artikelen in tegenstelling tot bibliografieën waarin alleen gezocht wordt op beschrijvingen of metadata van artikelen (bijv. titel, auteur, samenvatting). Scirus geeft precies aan uit welke bronnen de artikelen verzameld worden. Dit zijn o.a. ScienceDirect, PubMed en digitale archieven. Google Scholar is hier vaag over. Google Scholar is goed in het vinden van vrij beschikbare versies van artikelen, maar maakt ook een koppeling met het bezit van de eigen bibliotheek, die in te stellen is via de voorkeuren. Wanneer er geen directe link naar het artikel gegeven wordt, klik dan op Alle versies voor meer opties.
Veel artikelen worden gepubliceerd in tijdschriften waar een abonnement op genomen moet worden. Dit betekent dat veel artikelen niet zomaar gelezen kunnen worden door iedereen. Sinds enkele jaren worden auteurs gestimuleerd om te publiceren in zogenaamde Open Access tijdschriften, die gratis voor de lezer zijn, of een versie van het artikel beschikbaar te stellen aan het digitale publicatiearchief (repository) van de onderzoeksinstelling. Zoekmachines die specifiek digitale archieven doorzoeken zijn Scientific Commons (full text) en BASE (alleen metadata), maar ook Scirus dekt een selectie van de digitale archieven. WorldCat is ook een goede bron om artikelen te vinden, maar kies dan het tabblad artikelen. Het Nederlandse digitale archief van wetenschappelijke publicaties vind je in NARCIS.
Sommige auteurs plaatsen een versie van hun artikelen op een persoonlijke webpagina. Deze artikelen zijn beter te vinden met Google.
Weblogs en wiki’s
Weblogs (eDing 1) zijn vrij goede informatiebronnen, omdat de schrijvers van weblogs de intentie hebben hun lezers te informeren over nieuwe ontwikkelingen, congressen die bezocht zijn, artikelen of boeken die gelezen zijn en daar graag hun mening over geven. Zoekmachines om naar informatie in weblogs te zoeken zijn Technorati, Ask en Google Blogsearch.
Wiki’s (eDing 7) kunnen goede bronnen zijn. De bekendste is Wikipedia, wat een populaire informatiebron is bij studenten. Veel docenten zijn sceptisch over Wikipedia, omdat de kwaliteit per lemma verschilt. Over het algemeen geldt voor encyclopedieën, en Wikipedia in het bijzonder, dat ze zeer geschikt zijn als startliteratuur of naslagwerk, maar het moet nooit de enige geraadpleegde bron zijn. Zoeken naar wiki’s kan via Google in combinatie met de zoekterm wiki of via speciale lijsten en directories (bijv. lijst in Wikipedia). Een voorbeeld van een zoekmachine voor informatie in wiki’s is wiki.com.
Lesmaterialen
Veel lesmateriaal is vrij beschikbaar. SURF Foudation beheert een database voor Nederlands lesmateriaal: LOREnet. De website CollegeDegree.com heeft een lijst samengesteld met zoekmachines en directories voor lesmateriaal.
Betrouwbaarheid van bronnen
Bij de keuze van bronnen moet je letten op de betrouwbaarheid en kwaliteit ervan. Informatie in wetenschappelijke boeken, tijdschriften en rapporten is geselecteerd en gecontroleerd op kwaliteit. Uitgevers en editors van tijdschriften hebben een reputatie hoog te houden en zullen elk artikel voorleggen aan vakgenoten, die de kwaliteit van de tekst en het beschreven onderzoek beoordelen. Dit proces wordt ‘peer review’ genoemd.
Voor websites en weblogs bestaat zo’n peer review proces niet. Iedereen kan informatie op internet zetten en dat wordt met de dag makkelijker. Om te beoordelen hoe betrouwbaar en goed de informatie van webbronnen is, zijn er vier criteria waar je op kunt letten:
- Accuratesse
Zijn de gegevens te verifiëren, is na te gaan wie de auteur is en is te zien op welke bronnen de tekst gebaseerd is? - Objectiviteit
Wat voor soort informatie is het: feiten, meningen of propaganda? Waarom is de informatie op internet gezet en voor welke doelgroep? Wordt de website gesponsord? - Autoriteit
Wie heeft de informatie geschreven en is die persoon of organisatie een expert op dat gebied? Wordt er veel verwezen naar deze site?
Informatie over de auteur of organisatie vind je op de homepage of in het About-gedeelte van de website. Ook het internetadres kan informatie geven. Websites eindigend op .edu of .gov zijn Amerikaanse universiteits-, respectievelijk overheidsdomeinen. Informatie over eigenaren van domeinnamen kan o.a. gevonden worden op de site Centralops.
Om verwijzingen naar een website te vinden, tik je in de Google zoekbox link: voor het adres, bijv. link:www.surf.nl. Om uit die zoekresultaten alle verwijzingen van de website zelf eruit te filteren, type je dit: link:www.surf.nl/ -site:www.surf.nl. Je krijgt dan alleen de verwijzingen van andere websites naar de website die je wilt onderzoeken. - Actualiteit
Wanneer was de informatie geschreven en voor het laatst gewijzigd? Zijn er veel dode links? Klopt de informatie nog wel of is die inmiddels achterhaald?
Wees er bedacht op, dat als de datum op een website vandaag is, de datum waarschijnlijk gegenereerd is door een script en dus niet de werkelijke publicatiedatum. Bij sommige websites kun je de datum van laatste wijziging achterhalen door javascript:alert (document.lastModified) te typen in de adresbalk.
Informatievaardigheden in het onderwijs
In het hoger onderwijs is informatievaardigheden een van de competenties die studenten bij afstuderen moeten bezitten. Of en hoe hier onderwijs in gegeven wordt en of er een daadwerkelijke beoordeling van de competentie plaatsvindt, is per onderwijsinstelling verschillend. In veel gevallen vindt onderwijs of instructie plaats door bibliotheekmedewerkers, terwijl de beoordeling en terugkoppeling door docenten gedaan wordt, die de verslagen van studenten onder ogen krijgen.
Er zijn veel instructies in informatievaardigheden te vinden op internet. IHOL, de stichting Infostructuur Hoger Onderwijs Nederland, ontwikkelde een Nederlandse versie van de Texas Information Literacy Tutorial, TILT, wat een algemene instructie geeft over soort bronnen en de beoordeling van hun kwaliteit en je systematisch leert zoeken. Veel onderwijsinstellingen hebben (hiernaast) hun eigen lesmateriaal ontwikkeld, waarin ook rekening gehouden wordt met de lokale situatie, dat wil zeggen met aandacht voor de eigen bibliotheek, vakspecifieke bronnen en zoeksystemen. Informatie over het lesmateriaal per onderwijsinstelling is te vinden op de website van LOOWI, Landelijk Overleg Onderwijs in Wetenschappelijke Informatie.
Om docenten te ondersteunen bij de beoordeling van informatievaardigheden heeft de LOOWI werkgroep Normering Informatievaardigheden in november 2009 een brochure uitgebracht met normen voor informatievaardigheden voor het hoger onderwijs met bijbehorende competenties en toetsbare indicatoren. Deze brochure is een Nederlandse vertaling en bewerking van de Amerikaanse ACRL standards.
Ook gebaseerd op deze standaarden is de scoringsrubriek van Jos van Helvoort (Haagse Hogeschool). Deze scoringsrubriek geeft handvatten om op basis van een ingeleverd (literatuur)verslag te beoordelen hoe informatievaardig een student is.
Tips en trucs
- Met Geavanceerd zoeken in Google kun je gerichter naar informatie zoeken. Bekijk ook deze tips & tricks die afkomstig zijn van Google.
- Bekijk de zoektips, voordat je gaat zoeken in een database of met een zoekmachine. Er is een grote variatie in zoeksystemen, onder andere in de manier waarop ze omgaan met zoektermen die uit een combinatie van meerdere woorden bestaan (zgn. phrase searching), welke symbolen voor wildcards (een wildcard of joker is een speciaal teken waarmee één of meer letters in een zoekterm vervangen kan worden) gebruikt worden en hoe auteursnamen ingevoerd zijn.
- De meeste universiteits- en hogeschoolbibliotheken zijn vrij toegankelijk en geven externe bezoekers de gelegenheid om online databases en tijdschriften te raadplegen. Studenten kunnen bovendien gratis boeken lenen bij bibliotheken van andere onderwijsinstellingen. Via de NCC of WorldCat kom je te weten welke bibliotheek het gezochte tijdschrift of boek heeft.
- Het maken van referentielijsten wordt lastig gevonden. Vaak wordt onvolledige informatie gegeven en worden verschillende stijlen binnen een lijst gehanteerd. Goede voorbeelden van literatuurlijsten zijn te vinden in wetenschappelijke artikelen, omdat auteurs hun lijsten hiervoor volgens een vaste opzet moeten aanleveren. In eDing 12, Referentieporgramma’s, worden programma’s beschreven die je kunnen helpen bij het maken van referentielijsten.
Opdrachten
- Onderzoek wat er aan informatievaardigheden gedaan wordt in jouw instelling/opleiding en in welke vakken dit aan bod komt. Blog over je bevindingen.
- Ga na welke bestanden aangeboden worden door jouw bibliotheek en welke geschikt zijn voor jouw onderwerpen. Kijk ook eens bij andere bibliotheken welke bestanden aanbevolen worden voor de voor jou interessante vakgebieden. Documenteer deze bestanden in je weblog. Kende je alle bestanden? Reageer eventueel op weblogs van andere cursisten om tips te geven over mogelijk interessante bestanden.
- Probeer wat verschillende zoekmachines uit om artikelen te vinden en vergelijk de resultaten met wat je vindt in de bibliografische bestanden van de bibliotheek.
- Een hoogleraar levensmiddelenmicrobiologie vertelde dat hij een nette en foutloze literatuurlijst in een onderzoeksverslag erg belangrijk vindt: “Hoe kan ik de nauwkeurigheid van het laboratoriumwerk van een student vertrouwen als de literatuurlijst zo’n puinhoop is?” Hoe belangrijk vind jij als docent een correcte referentielijst?
Voor gevorderden
Ga op een systematische manier in verschillende databases en zoekmachines op zoek naar informatie over gebruik van nieuwe media in het onderwijs. Vermeld in je weblog in welke databases je gezocht hebt en met welke zoekvraag. Maak zoveel mogelijk gebruik van synoniemen en combineer je termen met operatoren AND en OR. In het lesmateriaal dat door verschillende onderwijsinstellingen wordt aangeboden voor Informatievaardigheden, kun je eventueel bekijken hoe je een zoekvraag systematisch aanpakt (voorbeeld).
Interessante boeken, artikelen en websites kun je vervolgens via je weblog delen met je collega’s.
Achtergrondinformatie
- Landelijk Overleg Onderwijs Wetenschappelijke Informatie: LOOWI website en LOOWI wiki;
- Brochure “Informatievaardigheid: normen voor het hoger onderwijs”, LOOWI, 2009. Deze brochure is bestemd voor bestuurders, opleidingsmanagers, docenten en studenten in het hoger onderwijs.
- M.J.P. van Veen (red.) “Door de bomen het bos: informatievaardigheden in het onderwijs”, 2005, Open Universiteit Nederland.
- Association of College and Research Libraries, ACRL standards;
- Infostructuur Hoger Onderwijs Limburg (IHOL), TILT, 2009.
- Jos van Helvoort, Scoringsrubriek voor Informatievaardigheden, 2009: scoringsrubriek, toelichting en een artikel;
- Directie Overleg Bibliotheken Overijssel (DOBO), Webdetective, 2009;
- Kennisnet Onderzoeksreeks, “ICT in het onderwijs”. Nr 12. De betrouwbaarheid van internetbronnen, 2009. Stichting Kennisnet, Zoetermeer.

18/01/2010 om 15:11
[...] zoeken, reference management software, repositories, plagiaat(software). Een link naar mijn tekst: http://www.21edingen.nl/?p=422. Van hieruit kun je verder naar de overige eDingen voorzover die al getoond [...]