eDing 0: 21eDingen implementeren

Auteurs: Jocelyn Manderveld, Michel Jansen en Margreet van den Berg.

Inleiding

Internet: hoe werkt het?

Afbeelding van rguerra

Geschiedenis
De wereld staat niet stil, en dat betekent dat ook het onderwijs niet stil kan staan. Om bij te blijven op hun vakgebied moeten werknemers zich ontwikkelen. Ieder doet dat op zijn eigen manier: georganiseerd: door cursussen en trainingen te volgen en conferenties te bezoeken, of ongeorganiseerd: door vakbladen te lezen of met collega’s en vakgenoten kennis, inzichten en ervaringen uit te wisselen.

Eén van de vakgebieden waarop op dit moment veel ontwikkelingen zijn, is informatie en communicatie. Waar internet in de beginjaren vooral werd gebruikt om toegang te bieden tot informatie, wordt het nu ook gebruikt om mensen te ontmoeten en met hen van mening te wisselen over die informatie. Deze ontwikkeling waarbij mensen op een nieuwe manier online laten samenwerken en informatie laten delen wordt ook wel aangeduid als web 2.0.

Lees verder

Geen reacties

eDing 1: Weblogs

Auteur: Margreet van den Berg, ICT en Onderwijs

Inleiding

Dagelijks starten duizenden mensen een weblog. Een weblog is een soort dagboek waarin een persoon of een groep personen op gezette tijden vertellen wat ze gedaan, gezien, gehoord,  geleerd of beleefd hebben. Voor de een is het schrijven in een weblog een persoonlijk dagboek waar het leven van alledag aan toevertrouwd wordt, voor de ander is het een manier om opgedane kennis en nieuwtjes aan vak- of hobbygenoten over te brengen.
Lees verder

Geen reacties

eDing 2: RSS

Auteur: Margreet van den Berg, ICT en Onderwijs

Inleiding

Hoe zou je het vinden als je automatisch op de hoogte wordt gehouden van nieuwe ontwikkelingen op jouw vakgebied? Als je niet meer zelf allerlei websites hoeft te bezoeken om na te gaan of er iets nieuws gepubliceerd is? Dat kan met RSS: die kleine, meestal oranje icoontjes op websites, weblogs en wiki’s. RSS maakt het voor jou als docent, ICTO-medewerker of als nieuwsgierig mens, een stuk eenvoudiger én efficiënter om bij te blijven op je vak- en/of interessegebied. De tijd die je gebruikt om je favoriete websites te bezoeken, kun je dankzij RSS effectiever besteden, omdat de nieuwe informatie automatisch naar je toe komt op het moment dat ze op een website gepubliceerd worden.
Lees verder

1 Reactie

eDing 3: Stemmen

Auteur: Michel Jansen, zelfstandig ondernemer.

theater

Inleiding

Wie vroeger naar het theater ging, nam tot zich wat de makers gaven. Er was weinig tot geen interactie: de voorstelling was tevoren ontwikkeld en werd uitgevoerd zoals die was. In latere jaren veranderde dat: acteurs gingen zich meer richten tot het publiek en de voorstelling werd – gedeeltelijk – ter plekke ingevuld. Stand-up comedy, een theatervorm waarin het publiek een centrale rol vervult, is al ontwikkeld is in de vorige eeuw, maar kent in deze eeuw een grote groei. Blijkbaar is er een groeiende behoefte aan interactie en willen we graag inspraak hebben in wat we zien.
Lees verder

7 Reacties

eDing 4: Videomateriaal zoeken en gebruiken

Auteur: Tom Visscher, Hogeschool INHOLLAND

Inleiding

Video via het internet is de laatste jaren enorm in populariteit toegenomen. De toegenomen snelheid van het internet speelt daarbij een rol maar ook het feit dat tegenwoordig bijna iedereen een breedbandaansluiting heeft: thuis, op het werk of mobiel. Ook in de collegezaal is het tegenwoordig mogelijk om video’s via het internet te laten zien.

Bewegende beelden zeggen meer dan duizend worden. Twee voorbeelden uit de praktijk

  1. Je geeft een PowerPoint presentatie en hebt daarin een videolink naar een actueel beeldfragment uit Academia opgenomen. De video spreekt tot de verbeelding en je houdt daardoor de aandacht bij je studenten vast.
  2. Een student neemt zichzelf op bij een presentatie, rollenspel of lessituatie. De student plaatst de video op SURFmedia en stuurt een videolink naar medestudent of docent en vraagt vervolgens feedback. De videolinks kunnen in een reflectieverslag of bijvoorbeeld in het discussionboard van Blackboard worden geplakt.

Lees verder

3 Reacties

eDing 5: Video maken

Auteur: Tom Visscher, Hogeschool INHOLLAND

Inleiding

Video wordt al heel lang in het onderwijs gebruikt. Meestal gaat het daarbij om het bekijken van videomateriaal, maar inmiddels is het maken van films ook heel populair geworden. o.a. omdat bijna iedereen wel een apparaat heeft om zelf film mee op te nemen. De meeste mobiele telefoons kunnen tegenwoordig video opnames maken en er zijn instant USB camera’s te koop zoals de ‘Flip-camera’, de Kodak Playfull en andere camera’s.

Lees verder

8 Reacties

eDing 6: Bellen via internet

Auteur: Michel Jansen, zelfstandig ondernemer

Inleiding

De telefoon is tegenwoordig een communicatiemiddel dat bijna iedereen gedachteloos gebruikt. Naast vaste telefonie is ook mobiele telefonie een geaccepteerde communicatietechniek. Bijna elke Nederlander heeft een telefoonnummer en is dus telefonisch te bereiken. Bij telefoneren is het zo geregeld, dat de persoon die belt voor de verbinding moet betalen.

klik hier om naar Skype te gaanOm deze belkosten te omzeilen, is het mogelijk om via het internet te bellen. Dit kan via gratis computerprogramma’s als SkypeGoogle talk of Windows Live Messenger. Hierbij is het noodzakelijk dat de persoon die je wilt bellen ook een account heeft bij deze dienst. Je belt via Skype, Google Talk of Windows Live Messenger niet naar een telefoonnummer, maar naar een accountnaam. Het is noodzakelijk dat beide personen die met elkaar willen bellen zijn ingelogd op het hetzelfde systeem. Het is mogelijk om met meerdere mensen tegelijkertijd een gesprek te voeren, te videobellen (één op één) en zelfs je scherm te delen.

Lees verder

Geen reacties

eDing 7: Wiki’s

Auteur: Margreet van den Berg, ICT en Onderwijs
Wikipedia

Inleiding

De term ‘wiki’ is afgeleid van ‘wiki wiki’, Hawaïaans voor ’snel, vlug, beweeglijk’. Het is dan ook de naam van een busdienst op Hawaï. Daarnaast is een wiki een website waarop gebruikers heel makkelijk samen aan informatie kunnen werken. Het bijzondere aan het samenwerken in een wiki is dat niet alleen ieders bijdrage aangevuld, verbeterd en verwijderd kan worden maar ook dat alle wijzigingen, met de naam van degene die de wijziging heeft doorgevoerd, online bewaard worden. Daardoor kan  iedereen zien hoe de huidige pagina tot stand is gekomen en wie daaraan een bijdrage hebben geleverd. De meest bekende wiki is Wikipedia, de online encyclopedie die gemaakt is door internetgebruikers. Klik maar eens op het Wikipedia-logo hiernaast om de encyclopedie te openen en zoek een pagina met inhoud waar je wat mee hebt, bijvoorbeeld je geboortedorp of een onderwerp uit je vakgebied.  Bekijk op die pagina de tabbladen ‘geschiedenis’ en ‘overleg’. Je ziet dan de geschiedenis van de pagina en hoe mensen samenwerken aan deze online encyclopedie.

Lees verder

1 Reactie

eDing 8: Weblectures

Auteurs: Hans Bronkhorst en Pierre Gorissen

Inleiding

Heb je dat ook wel eens? Dat je bij een presentatie zit en denkt “dit zouden mijn collega’s ook moeten kunnen zien en horen”. Of dat je echt niet bij een presentatie of college kon zijn, maar die wel heel graag had willen kunnen bekijken? Dan ben je zeker niet de enige. Elke dag worden er daarom over de hele wereld opnames gemaakt van presentaties, colleges, promoties, instructies, lessen. Die opnames worden dan online beschikbaar gesteld zodat anderen die kunnen bekijken in hun browser of kunnen downloaden om later te bekijken en/of te beluisteren. Zo’n opname bestaat dan minimaal uit de audio van de spreker, maar meestal ook uit videobeelden en een opname van datgene wat via de beamer geprojecteerd wordt.
Ook in Nederland maken onderwijsinstellingen steeds vaker gebruik van zulke opnames, ook wel “weblectures” genaamd. Deze opnames krijg je via streaming techniek op je pc te zien. Dat betekent dat je niet hoeft te wachten totdat een (soms groot) bestand gedownload is op je pc, je krijgt het in stukjes en beetjes binnengestroomd en het blijft ook niet op je pc achter. Hieronder staat een voorbeeld van een Weblecture. Rood omlijnd is de video, de dia is groen omlijnd en wat aanvullende informatie over de spreker is blauw omlijnd.

Lees verder

Geen reacties

eDing 9: Screencasting

Auteur: Karel Roos, Universiteit Leiden, ICLON

Inleiding

Wat is een Screencast? Wikipedia hanteert de volgende definities:

Een screencast is een digitale opname van computerbeeldscherm door gebruik te maken van software die vastlegt wat er op het beeldscherm gebeurt. Vaak zijn deze screencasts voorzien van commentaar van de maker.

Een screencast is in essentie een filmpje van wat een computergebruiker ziet op zijn beeldscherm.

Op de ICT&Onderwijs blog staat een pagina met voorbeelden van screencasts.

Het is mogelijk om alles wat op het beeldscherm gebeurt op te nemen, waarbij tijdens “de opname” middels een microfoon het filmpje van gesproken tekst/commentaar kan worden voorzien. Het publiek van de screencast (een “schermvideo”) kijkt dus als het ware “over je schouder” mee naar het beeldscherm terwijl je daarop allerlei zaken uitlegt. Let wel, deze opname maak je niet met een camera: software op je computer of op het web legt de beelden op het scherm vast.

Onder andere op Wikipedia vind je overzichten van beschikbare screencastprogramma’s. In dit eDing richten we ons alleen op de web 2.0 online screencast services. Daarnaast zijn er vele programma’s beschikbaar, bijvoorbeeld Camtasia of Screenflow (Apple), die meer functionaliteiten dan de gratis online-services hebben. Met de opkomst van tablet computers zijn er ook Apps beschikbaar gekomen waarmee het scherm van een tablet is op te nemen.

Veel screencastdiensten worden gratis aangeboden of in ieder geval gratis in basisfunctionaliteit. Als die basisfunctionaliteit niet voldoende blijkt te zijn, kan je dikwijls je account voor een bepaald bedrag upgraden. Voordeel van deze online diensten is dat je er niets voor op je computer hoeft te installeren: het enige wat je nodig hebt is een webbrowser zoals Internet Explorer. Dit is ideaal in onderwijsomgevingen, waar de werkplekken meestal beveiligd zijn en het doorgaans niet toegelaten wordt dat er zaken geïnstalleerd worden. Om de screencast achteraf van gesproken commentaar te kunnen voorzien heb je een (in de computer ingebouwde of losse) microfoon nodig.

Voorbeelden van gratis online screencast-diensten zijn Screenr, ScreenCastle en Screen-o-Matic. Deze diensten zijn redelijk laagdrempelig en eenvoudig in gebruik. Je kunt vaak kiezen om de opgenomen screencast direct bij dezelfde dienst voor anderen beschikbaar te stellen of om de screencast als videobestand te downloaden Na het downloaden kun je de video bewerken en plaatsen (zie ook eDing 5: Video Maken) op één van de vele online video sites zoals YouTube en Vimeo.

Het aanbieden van jouw screencast bij de betreffende online-screencastservice zelf heeft het voordeel dat er specifieke interactieve elementen worden aangeboden. Zo kun je bijvoorbeeld bij het maken van een screencast bij Screencast-o-Matic achteraf notities op bepaalde momenten plaatsen waar gebruikers, die via de website Screencast-o-Matic naar jouw screencast kijken, kunnen doorspoelen naar de momenten die bij die notities horen. Zeg maar een inhoudsopgave. Vervolgens kunnen zij dan vragen of commentaar geven (indien jij dat natuurlijk hebt ingesteld) bij die momenten. Bij een screencast die je zelf op bijvoorbeeld op YouTube hebt geplaatst vervallen deze functionaliteiten.
Een drietal mogelijke online diensten wordt hieronder kort beschreven. Tevens vind je hier een vergelijkingstabel voor deze vier sites, waarin de volgende zaken naast elkaar gezet worden: noodzaak van een account, online upload screencast, download screencast, interactie, webcamgebruik, editing mogelijk, afscherming mogelijk, limieten en opmerkingen.
overzicht 3 online screencastdiensten
(klik op de tabel om een grotere versie te bekijken of de tabel te downloaden)

  • ScreenrScreenr-logo
    De screencast, “1-minute tour”, op de homepage van Screenr.com laat zien hoe je met deze service zelf een screencast kunt maken. Om deze dienst te kunnen gebruiken moet je eerst inloggen met je Twitteraccount. Als je nog niet twittert is het aan te raden een twitteraccount aan te maken, al was het alleen maar voor deze handige screencapturedienst. Je kunt overigens middels een “vinkje” aangeven dat betreffende screencast niet als “tweet” gepubliceerd hoeft te worden. Je kunt hem ook online opslaan en de URL in een mailtje of in een blog gebruiken.
    Maximaal 5 minuten video kun je gratis opnemen, zowel op Mac als PC. Het is zelfs mogelijk om de screencast beschikbaar te stellen voor de iPhone. De ROC Leiden heeft een wiki gemaakt over het gebruik van Screenr.
  • ScreenCastleScreenCastle-logo
    Het bijzondere van ScreenCastle is dat je je niet hoeft- en zelfs niet kunt registreren. Zodra je de screencast hebt gemaakt moet je direct alle adres-/URL-gegevens kopiëren uit het informatievenster naar bijvoorbeeld een Worddocument. ScreenCastle is zeer eenvoudig en biedt weinig extra’s. Druk op grote rode knop, geef aan welk deel van scherm opgenomen moet worden en of je ook de microfoon wilt gebruiken, dat is alles.
  • Screencast-o-MaticScreencast-O-Matic-logo
    Het maken van een screencast, die je kunt voorzien van notes en commentaar, is mogelijk bij Screencast-o-Matic. Enerzijds kun je tijdens of na de opname zelf notes plaatsen: korte notities koppelen aan tijdsmomenten binnen de screencast. Bezoekers kunnen dan later direct naar die Notes toe klikken. Eigenlijk een soort aanklikbare inhoudsopgave van jouw screencast. Voor korte filmpjes overbodig, voor de wat langere filmpjes toch wel erg handig. Anderzijds kun je instellen of de bezoekers zelf ook notes kunnen instellen. Dat biedt de mogelijkheid dat je als docent feedback kunt geven op een passage van een door de student gemaakte screencast.
    Bezoekers kunnen commentaar plaatsen bij jouw screencast, mits jij daar benodigde toestemming voor hebt ingesteld bij jouw screencast. Commentaar heeft, in tegenstelling tot de notes, betrekking op de gehele screencast en is niet gekoppeld aan een bepaald fragment van je screencast.
    Je kunt je opgenomen screencasts op de site van Screencast-O-Matic plaatsen of naar YouTube uploaden. Je kunt je screencast ook downloaden (exporteren) naar je eigen p.c. Dat laatste kan alleen maar direct aansluitend op de opname en dus niet in een later stadium.

Mocht je beschikken over een Mac, dan kun je screencasts maken met het standaard geïnstalleerde programma QuickTime. Via het menu Archief kun je kiezen voor het maken van een nieuwe schermopname.

Screencasting in het onderwijs

Het zal je misschien wel eens gebeuren dat je studenten wilt vertellen wat ze precies moeten doen op de computer. Je kunt ze daarbij natuurlijk in een computerzaal stap voor stap door het proces leiden, maar dat betekent dat iedereen op elkaar moet wachten. Het is handig als je dit soort instructies kunt aanbieden in de vorm van een screencast die iedereen in zijn eigen tijd en vooral: in zijn eigen tempo kan doornemen.

Screencasts zijn niet alleen handig om uit te leggen hoe een programma werkt: je kunt er ook andere dingen mee laten zien. Bijvoorbeeld het voordoen van wiskundige berekeningen en bewerkingen (ook wel ‘mathcast‘ genoemd), of het maken van een getekende uitleg (sketchcast) met behulp van een tablet p.c. of een tekentablet. Of aan de hand van Google Earth geografische – en/of demografische zaken aan de orde stellen.

Overigens, omgekeerd zou een student natuurlijk zelf ook een screencast kunnen maken over een bepaald concept/principe, als product van een opdracht. Zo kan hij op zijn eigen moment laten zien dat hij een wiskundige formule goed begrijpt: hij legt het op de screencast uit en de docent kan het op een zelf gekozen moment bekijken en beoordelen (door er bijvoorbeeld feedback op te geven). Ook zouden studenten deze screencast kunnen gebruiken als studiemateriaal.

Over screencasting en onderwijs is bij Educause in de reeks van “7 things you should know about…” ook een overzichtelijke publicatie geplaatst volgens het vaste stramien: What is it? Who is doing it? How does it work? What are the downsides? Where is it going? What are the implications for teaching and learning?

Screencasts kunnen een bijdrage leveren aan een rijke leeromgeving en zo nu en dan zelfs dienen als vervanging van face to face instructie.
De interactiviteit is bij de meeste screencasts beperkt tot ‘doorspoelen’ en ‘terugspoelen’. Extra mogelijkheden zijn het leveren van commentaar en opmerking op specifieke passages in de screencast. Met Screencast-o-Matic is deze interactiviteit te realiseren.

Tips en trucs

Een screencast maken hoeft technisch gezien niet lastig te zijn. Hieronder staat een lijst van voor de hand liggende- maar ook minder voor de hand liggende zaken waar je aan zou kunnen denken bij het maken van een hoogwaardige screencast.

Voorbereiding

  • Ga bewust om met de keus of je je volledige scherm laat opnemen of een bepaald gebied. Overbodige scherminfo leidt alleen maar af. De meeste online screencastdiensten bieden je de mogelijkheid te kiezen voor het opnemen van het hele scherm of een rechthoekig gebied daarbinnen. Zo zal bij een screencast, die volledige binnen Internet Explorer plaatsvindt het waarschijnlijk niet nodig zijn dat bovenin de menubalk, alle werkbalken, de adresbalk, als mede aan de onderzijde de Windows taakbalk getoond worden. Tenzij dat natuurlijk een functie heeft binnen jouw uitleg.
  • Stel de schermresolutie voorafgaande aan de opname in op een geschikte waarde: 800 x600 of eventueel uiterlijk 1024 x 768
  • Online screencastdiensten bieden doorgaans niet de gelegenheid de opname nog aan te passen in geval dat je je bijvoorbeeld versproken (lijkt me overigens niet erg als dat incidenteel voorkomt) hebt of omdat je een heel onderdeel bent vergeten uit te leggen. Het moet er in 1 keer goed op. In die situatie is het dus zaak dat:
    • je vooraf voor jezelf een script schrijft waarin staat wat je gaat vertellen;
    • je allerlei mogelijke pop-ups (bijvoorbeeld bij nieuwe mail) vooraf gaande aan de opname uitschakelt;
    • je een bordje “niet storen” op je deur hangt;
    • je de telefoon uitschakelt;
    • Je een glaasje water in de buurt hebt.
  • Een 5 minuten filmpje is goed te doen, maar gaat het om langere producties, dan kun je beter het onderwerp in stukken knippen en per deel een aparte screencast maken en die met aparte links bijvoorbeeld aanbieden.
  • Als er binnen de producties geschakeld gaat worden tussen allerlei vensters, zet die vensters dan vooraf open. Het is zonde van de tijd dat er “zendtijd” verloren gaat aan het langzaam openen van veel vensters. Met de toetscombinatie “alt + tab” of “command + Tab” kun je snel naar een ander al geopend venster ‘springen’.
  • Zet alle overbodige software/vensters uit.
  • Vergeet niet om zaken vooraf terug te draaien als jij bijvoorbeeld die zaken hebt aangepast tijdens de generale repetitie voor je screencastopname. De screencast wordt natuurlijk erg rommelig als je bijvoorbeeld wilt laten zien hoe je iets aan zet terwijl dat al aan staat.
  • Maak een korte proefopname (generale repetitie) om zaken als geluid te kunnen testen.
  • De gesproken tekst moet echt ondersteunend zijn voor wat de kijker op dat moment ziet.

Uitvoering

  • Begin in je screencast eerst kort te vertellen wat er in de screencast getoond gaat worden. Je zou daar bijvoorbeeld een Powerpoint dia ter ondersteuning voor kunnen gebruiken binnen de screencast.
  • Indien de online screencastdienst dat toelaat (middels pauzeknop of –toetscombinatie), neem dan vooral je pauzes tijdens de opname.
  • Maak niet meer muisbewegingen dan echt noodzakelijk. Dat kan erg onrustig zijn en leidt af.
  • Wees zuinig met hoeveelheid gesproken tekst. Ga geen triviale zaken die op het scherm plaatsvinden ook nog eens toelichten.
  • Geef aan het einde van de screenkast een korte terugblik waarin je het belangrijkste herhaalt.

Achteraf

  • Controleer de opname zeer aandachtig op privacy gevoelige zaken zoals zichtbaarheid van telefoonnummers van andere mensen etc. Worden er echt geen zaken van het PC scherm getoond die de wereld niet mag zien?
  • Zijn de gesproken teksten goed te verstaan?

In het blogartikel van Tom Kuhlman vind je onder het kopje: “See these Tips in action” twee voorbeelden van screencasts:

  • hoe het niet moet:
  • hoe het wel moet:

Bij de achtergrondinformatie van dit eDing vind je links waar nog meer tips te vinden zijn of waar een aantal van de hierboven vermelde punten uitvoeriger aan de orde komen.

Opdrachten

  1. Bekijk de demo-screencasts voor Screenr of Screencast-O-Matic op de homepages.
  2. Maak een screencast over een onderwerp binnen jouw vakgebied dat zich leent voor screencasting en gebruik daarvoor Screenr. Plaats in je blog een link in naar de door jou gemaakte screencast.
  3. Schrijf een blogpost over het werken met de door jouw gekozen screencast-service. Geef in deze post aan hoe moeilijk of gemakkelijk het was en of er zaken mis zijn gegaan. Waar ben je het meest tevreden over? Geef een tip voor iemand die ook een screencast gaat maken.
  4. Geef in je post tenminste één voorbeeld van een opdracht in jouw vakgebied waarbij jij of je studenten gebruik maken van screencasts.

Voor gevorderden

  • Bekijk deze screencast en probeer eens naar bepaalde hoofdstukken/notes te springen. Plaats er tevens commentaar bij.
  • Maak met Screencast-o-matic een screencast van bijvoorbeeld 5 minuten en breng daar achteraf middels “notes” een hoofdstukindeling aan die de bezoekers kunnen gebruiken om naar bepaalde fragmenten te springen. Tevens moeten zij commentaar kunnen leveren en notes kunnen plaatsen. Maak een link in je blog naar deze screencast en leg uit wat en hoe je verschillende zaken in die screencast hebt geregeld.
  • Geef in je post tenminste één voorbeeld van een opdracht in jouw vakgebied waarbij jij of je studenten gebruik maken van Screencast-o-Matic en daarbinnen van notes.

Achtergrondinformatie

6 Reacties

eDing 10: Repositories

Auteur: Gerard Bierens

Inleiding

HBO-KennisbankHet lijkt een heldere term, maar zelfs onder de experts ontstaat nog regelmatig spraakverwarring. Waar hebben we het over, als we het hebben over repositories? Zijn het archieven waarin publicaties duurzaam worden opgeslagen, of zijn het juist zoekmachines waarmee die publicaties weer teruggevonden kunnen worden? Vooralsnog het meest veilige antwoord is ‘beiden’.
Veel Nederlandse universiteiten en HBO instellingen beschikken over een technische infrastructuur die hen in staat stelt om kennisproducten van hun studenten en medewerkers veilig en duurzaam te bewaren. In de praktijk spreken we dan over repository-software in combinatie met opslagruimte, meestal in beheer van de bibliotheek. Iedere onderwijsinstelling kan er zelf voor kiezen of, en op welke wijze die kennisproducten aan het publiek worden vrijgegeven. In de praktijk koppelen veel instellingen in Nederland hun repositories aan de landelijke platformen Narcis en HBO-Kennisbank. Narcis ontsluit ontsluit hoofdzakelijk universitaire wetenschappelijke publicaties, de HBO-Kennisbank geeft toegang tot publicaties en afstudeerverslagen uit het hoger beroepsonderwijs.

Scripties Publicaties Leermiddelen
hbo HBO Kennisbank HBO Kennisbank LOREnet
HBO Kennisbank
wo DAREnet (NARCIS) LOREnet

In het basisonderwijs, voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs is voor de ontsluiting van leermiddelen het platform Wikiwijs in opkomst, maar voor het hoger onderwijs verwijst dit platform naar Lorenet. een grote internationale repository op het gebied van Science is Researchgate.
Lees verder

Geen reacties

eDing 11: Informatievaardigheden

Auteur: Marianne Renkema, Wageningen UR

Inleiding

The Whole Internet TruthInformatievaardigheden hebben we nodig om een bepaalde taak of klus uit te voeren op school, werk, in het dagelijkse leven, en om blijvend te leren en onszelf te ontwikkelen. Informatievaardigheden helpen ons om niet te verdwalen in het grote aanbod aan informatie.

Informatievaardigheden gaat over omgaan met informatie. En dat wordt heel breed opgevat. Allereerst gaat het om het herkennen van een informatiebehoefte en het formuleren van een zo specifiek mogelijke informatievraag, gevolgd door het selecteren van bronnen, die de benodigde informatie op kunnen leveren. Kennis over deze bronnen en de manieren waarop je in deze bronnen kunt zoeken zijn belangrijk voor een geslaagde zoekactie. Verder gaat het over een kritische beoordeling van de gevonden informatie op bruikbaarheid, kwaliteit en betrouwbaarheid en de verwerking van deze informatie in een verslag of thesis zonder dat er plagiaat gepleegd wordt.

Lees verder

4 Reacties

eDing 12: Referentieprogramma’s

Auteur: Gerard Bierens

Inleiding

Al jaren worden in het onderwijs reference management tools gebruikt ter ondersteuning van (wetenschappelijk) onderzoek en aanverwante researchactiviteiten. Reference management tools helpen bij het correct vastleggen, bewerken en hergebruiken van publicaties. De werking berust op het gegeven dat aan publicaties vrijwel altijd beschrijvende informatie (metadata) wordt toegevoegd; titel, auteur, publicatiedatum enzovoorts. Reference management software herkent dergelijke gegevens en kan deze in een persoonlijke bibliotheek plaatsen. Deze verzameling kan dan weer gebruikt worden om delen van die teksten te citeren en literatuurverwijzingen toe te voegen aan een eigen artikel, afstudeerverslag of anderssoortige publicatie.
Lange tijd was de onderzoekende student/docent vooral aangewezen op tools als RefWorks en EndNote. De eerste versie van Endnote kwam al in 1988 uit en met iedere nieuwe versie werd hun positie als marktleider een stukje sterker. Maar doordat er met iedere nieuwe versie ook nieuwe functionaliteiten bij kwamen werd het ook een steeds grotere en vooral complexere tool. Ook het pakket RefWorks biedt veel functionaliteiten, maar is evenmin eenvoudig in gebruik. Nieuwe gebruikers van deze tools worden daarom vrijwel altijd op cursus gestuurd en bijna iedere universiteitsbibliotheek heeft EndNote / RefWorks specialisten in dienst.

Lees verder

Geen reacties

eDing 13: Plagiaat

Auteur: Silvester Draaijer

Inleiding

Zoals je heb kunnen zien in eDing 11, informatievaardigheden is er via digitale bronnen ongelofelijk veel informatie beschikbaar. Dit maakt het wel heel eenvoudig om kant- en klare informatie over te nemen en (on)gewijzigd te gebruiken in een eigen rapport, essay of werkstuk.

Hier schuilen echter enkele adders onder het gras. Het overnemen van informatie van anderen zonder de juiste wijze van verwerking of citeren, leidt tot inbreuk op het auteursrecht. Bovendien is het onmogelijk om de originaliteit of de (wetenschappelijke) onderbouwing van feiten, concepten of theorieën te kunnen controleren door anderen. Dat is o.a. van groot belang voor docenten die werkstukken van studenten moeten beoordelen. Die werkstukken moeten door de student zelf ontwikkeld zijn, het moeten persoonlijke, authentieke prestaties zijn zodat de docent een oordeel kan geven over de student zelf (en niet over de bronnen waar deze uit put). Tot slot kan gesteld worden dat het voor daadwerkelijk leren het van essentieel belang is dat informatie wordt ‘verwerkt’ om tot ‘bruikbare kennis’ te kunnen leiden. Het alleen overnemen van informatie heeft geen leereffect. Kortom, er is voldoende aanleiding om aandacht te schenken aan plagiaatpreventie en plagiaat in de Web2.0 omgeving.

Lees verder

Geen reacties

eDing 14: Videocommunicatie

Auteurs: Paul Dirckx en Roel Martens, Fontys PTH, Eindhoven

Inleiding

AdobeAcrobatConnectPro2In eDing 6 ging het over bellen via het internet. Bij bellen wordt er alleen gebruik gemaakt van audio om te communiceren met elkaar. Maar met programma’s als Skype, Google Talk en Windows Live Messenger kan je bij het bellen ook gebruik maken van een camera (webcam). In dat geval wordt er gesproken over videobellen, ook wel aangeduid als videoconferencing of videocommunicatie. Je spreekt van webconferencing als het gaat om videoconferencing via een browser, zoals Internet Explorer of Firefox. In dit eDing laten we dit verschil buiten beschouwing en hebben we het over videocommunicatie in het algemeen.

Lees verder

Geen reacties

eDing 15: Creative Commons

Auteurs: Lieke Heijmans en Martijn Arnoldus, Kennisland

Inleiding

Het internet is een gigantische uitruil- en kopieeromgeving. Dankzij de technologie hebben we nu meer content onder handbereik dan ooit tevoren, en daar wordt dankbaar gebruik van gemaakt. Ook in het onderwijs is de digitale wereld niet meer weg te denken als bron van informatie en content. Voor studenten niet. Voor docenten evenmin.

Maar mag dat kopiëren en hergebruiken van content wel? Het antwoord is niet noodzakelijkerwijs nee, maar zeker ook geen volmondig ja. Daarvoor zit de auteurswet te ingewikkeld in elkaar. In de auteurswet is geregeld dat de zeggenschap over creatieve werken, en daar valt de meeste digitale content onder, berust bij de maker van het werk of degenen aan wie de maker zijn rechten heeft overgedragen. Daarmee is het auteursrecht een verbodsrecht: niemand mag een werk gebruiken tenzij de rechthebbende daartoe uitdrukkelijk toestemming heeft verleend.

Lees verder

Geen reacties

eDing 16: Digitale leeromgevingen-DLO’s

Auteur: Michel Jansen, zelfstandig ondernemer

Inleiding

Het Hoger Onderwijs van de vorige eeuw had een aantal duidelijke kenmerken. Voor het begin van een vak was een vakbeschrijving en een literatuurliteratuurlijst beschikbaar. Tevens waren er een aantal contactmomenten afgesproken. Tussen de bijeenkomsten was er bijna geen communicatie tussen de docent en de studenten.
Met het breed beschikbaar komen van het internet aan het einde van de 20e eeuw veranderde deze kenmerken. Onderwijs werd flexibeler en er was meer communicatie mogelijk tussen docent en student. In het begin was er alleen e-mail en later ontstonden er diverse hulpmiddelen om deze communicatie te ondersteunen en te structuren. Onder andere e-mail, discussielijsten en het verspreiden van documenten werden gaandeweg in één structuur samengebracht: Digitale of Elektronische leeromgevingen, DLO of ELO. Dit eDing gaat over deze leeromgevingen. Voor het gemak hebben we gekozen om in dit eDing de afkorting DLO te gebruiken.

Lees verder

4 Reacties

eDing 17: Samenwerkingsomgevingen

Auteur: Michel Jansen

Inleiding

Met de intreding van de Digitale leeromgevingen (zie eDing 16) was de communicatie tussen de docent en de studenten gestroomlijnd en meer dan alleen print en ingeroosterde contactmomenten.

Een volgende stap in deze ontwikkeling is dat de samenwerking tussen studenten onderling ook ondersteund ging worden door een digitale of elektronische omgeving. Dit is te realiseren door:

  • Een standaard DLO cursusomgeving in zetten waar steeds meer mogelijkheden in zijn en waar de docent nog steeds eigenaar van deze omgeving is.
  • Studenten een eigen DLO cursusomgeving te geven waar zijn zelf de eigenaar van zijn.
  • Gebruik te maken van online samenwerkingsomgevingen.

Lees verder

1 Reactie

eDing 18: Chatten

Auteur: Harriët Damen, Community Manager SURFnet BV

Inleiding

Jongeren besteden weinig aandacht aan Twitteren en bloggen. De helft van de jongeren onderhoudt de contacten liever via een chatprogramma of online telefoniedienst.


Dat blijkt uit een onderzoek van Ecreation, waarin ruim vijftienhonderd Nederlandse jongeren zijn ondervraagd over hun online gedrag. Bijna de helft vertoeft zo’n een à drie uur per dag op het internet”. Bron.

Instant Messaging, chatten genoemd, is een veelgebruikte vorm van communicatie onder voornamelijk jongeren tusen de 12 en 18 jaar. Lang geleden heeft iemand eens het woord “kaatspraten” bedacht omdat hij wanhopig graag een Nederlandse term voor chatten wilde introduceren. Dit woord heeft het niet gehaald, dat is duidelijk!
Chatten is letterlijk vertaald “babbelen” via de computer met behulp van een programma dat je installeert op je computer en waarmee je korte teksten stuurt naar 1 of meer vrienden tegelijk, al dan niet vergezeld van foto’s, video of emoticons. Emoticons zijn symbolen die emoties weergeven door middel van een plaatje of een combinatie van lees- en lettertekens, bijvoorbeeld : – ) wat staat voor :-) .

Lees verder

Geen reacties

eDing 19: Sociale netwerken

Auteur: Marja Verstelle, ICLON.

Inleiding

Sociale-netwerksites hebben een paar dingen gemeen: je maakt er een profiel aan. Je legt connecties met ‘vrienden’. En hun profiel kun je daarna eenvoudig bekijken en volgen. Zo kun je je sociale netwerk bijhouden: wie heeft er iets te vieren, wie een nieuwe baan? En net als je op feestjes kennismaakt met vrienden van je vrienden en zo je sociale netwerk uitbouwt, zo bieden ook sociale-netwerksites kansen om je netwerk uit te bouwen. Dit filmpje illustreert het concept van sociale-netwerktools en wat je er aan kunt hebben.

Bij sommige netwerksites staat je persoonlijke profiel en je netwerk centraal. Hyves en LinkedIn zijn daar bekende voorbeelden van: de één meer voor je privé contacten, de ander voor je zakelijke contacten. Steeds vaker kun je je bij dit soort netwerksites ook aansluiten bij groepen van mensen met wie je iets deelt: bijvoorbeeld vakgenoten, belangenverenigingen, oud-studiegenoten, of mensen met wie je een passie voor een artiest of voor een merk deelt. Je ontvangt of deelt er nieuwtjes, tips, vacatures, je brengt er vragen in of werkt er samen aan campagnes,
Naast deze zogenaamde profielsites, zijn er ook sociale-netwerksites waar het groepskarakter meer voorop staat. Sites als Ning focussen zich op groepen mensen en wat zij onderling willen uitwisselen. De leden kunnen er ook een profielpagina aanmaken, maar die is vaak minder uitgebreid dan bij sites als LinkedIn of Hyves.

Lees verder

3 Reacties

eDing 20: Social bookmarking

Auteur: Marja Verstelle, ICLON.

Inleiding

Aanbevelingen, afb. van Geek and Poke

als-je-van-deze-man-houdt-hou-je-ook-van-mij

Naarmate je meer gebruik maakt van online bronnen (zoals artikelendatabases, websites en online video’s) ontstaat de behoefte om ze op te slaan en te organiseren. De favorieten (bookmarks) in je browser opslaan, biedt beperkte mogelijkheden. Social bookmarking tools kunnen het werk makkelijker maken. Wat zijn de mogelijkheden van deze tools?

Lees verder

4 Reacties

eDing 21: Google Apps

Auteurs: Karel Roos,Universiteit Leiden, ICLON en Michel Jansen, zelfstandig ondernemer

Inleiding

google-apps-logo
Het online samenwerken en delen van gegevens via het internet neemt een grote vlucht. Veel verschillende programma’s worden gecombineerd in één internetomgeving. Google Apps is hiervan één van de grote aanbieders.

In de Google apps Quick Tour video worden de meeste van de beschikbare Apps uitgelegd.

Lees verder

8 Reacties

eDing 22: Twitter en andere microblogtools

Auteurs: Michel Jansen en Margreet van den Berg, beiden zelfstandig ondernemers.

InleidingTwittervogeltje
Ken je ze ook: die mensen die de hele dag aan het twitteren zijn? Zit je samen met zo’n twitteraar aan tafel, stuurt hij via zijn mobieltje een ‘tweet’ dat het eten lekker is (of juist niet). Heb je een ‘tweep’ in de collegezaal, dan zie je hem steeds fanatiek typen op zijn laptop terwijl alle andere studenten zitten te luisteren. De vragen die deze twitteraar stelt zijn afkomstig van een medestudent die je tot nu toe niet hebt gezien tijdens de colleges. Ongezellig, onhandig, afleidend? Of sociaal, betrokken en samenwerkend? De hoogste tijd om eens te onderzoeken wat Twitter nu is en hoe je het kunt gebruiken.

Wat is Twitter?
Twitter is één van de (online) programma’s waarmee je, in berichten van 140 tekens (een soort microblogposts dus), anderen op de hoogte kunt houden van wat je doet. De Nederlandse betekenis van het woord twitter is tjilpen. Om te kunnen twitteren maak je een gratis account aan op de dienst twitter.com. Bij het maken van je account moet je een unieke twitternaam invullen. De berichten die je schrijft, je tweets, worden verzameld op jouw twitterpagina: www.twitter.com/ditismijnnaam. Je kunt zelf instellen of je tweets door iedereen gelezen kunnen worden of alleen door degenen die jij toegang geeft tot je tweets: je ‘volgers’.

Volgen en gevolgd wordenfollow-me-met-button
Als je op de hoogte wilt blijven van wat anderen schrijven, kan je hun berichten lezen op hun pagina’s. Je kunt ook automatisch de berichten van twitteraars in wie jij geïnteresseerd bent op je eigen pagina verzamelen. Klik op tekst ‘Follow’ naast een profiel. Wanneer je bent ingelogd op twitter.com dan verschijnen de berichten van die persoon (ook) op jouw Twitterpagina. Deze lijst van berichten van jezelf en van iedereen die je volgt worden in chronologische volgorde weer gegeven. Dit noemt men de timeline.

vogel-openbaar-maken

Als je hebt ingesteld dat je profiel niet openbaar is kunnen mensen je niet automatisch volgen. Als iemand je wil volgen ontvang je een e-mail met verzoek tot toestemming. Jij beslist dan per persoon of men je mag volgen.

Met Twitter kan je heel snel een netwerk opbouwen. Begin eens in je omgeving te vragen wie er twittert en wat hun twitternamen zijn. Je kunt deze namen opzoeken op Twitter (bij ‘Find People’). Lees eens hun tweets en bekijk wie zij volgen. Met wat klikken vind je zo makkelijk een heleboel mensen uit jouw vakgebied die via Twitter anderen op de hoogte houden van hun doen en laten.

Er zijn ook mensen die – meestal op basis van het onderwerp waarover getwitterd wordt – lijsten (lists) maken van mensen die ze volgen. Soms maken ze die lijsten publiek. De lijsten die mensen gemaakt hebben staan op hun Twitter-homepage. Zo heeft de twitteraar TwitterNL een lijst gemaakt van bekende Nederlanders, en twitteraar Donald Duck volgt via een lijst alle inwoners van Duckstad. Er zijn ook websites met overzichten van deze Twitter lists, Twittergids en Listorious. Het is de moeite waard om daar eens te kijken welke onderwijslijsten ze hebben verzameld wereldwijd.

Je kunt ook met Google zoeken naar twitteraars. Typ maar eens de volgende zoekopdracht in:
site:twitter.com intitle:”on twitter” “bio* * student”.
Daarmee zoek je op de site van Twitter naar mensen die in hun bio (korte beschrijving wie je bent) het woord ‘student’ gebruiken. Deze manier van zoeken is vooral interessant als je op zoek bent naar groepen twitteraars waarvan je geen lists kunt vinden, en waarvan je geen namen kent.

In de video Twitter in Plain English legt men het basisprincipe van Twitter uit.

Vaak zul je twitterberichten schrijven die bestemd zijn voor iedereen die jou volgt. Als je je speciaal wilt richten tot één of meer personen zet dan @twitternaam van die mensen, bijv. @youpvanthek of @VanBijsterveldt in het bericht. Deze berichten verschijnen ook op de timeline van die persoon. Als iemand @jouwtwitternaam noemt in een twitterbericht, zie je dat ook als tweet op je twitterpagina verschijnen. Als 2 mensen elkaar volgen, kunnen ze elkaar ook een direct message (DM) sturen. Een DM kan alleen gelezen worden door degene voor wie het bericht bestemd is. Dat bericht verschijnt dus niet in het overzicht van alle tweets die je hebt verstuurd. Een DM verstuur je via het Message-menu op twitter.com of door een tweet te beginnen met D, dan een spatie en de @twitternaam van degene aan wie je het bericht stuurt en daarachter het bericht. Dus: ‘D @twitternaam bericht’.

Hashtagsvogeltje-opzij
Als mensen twitteren over een speciaal onderwerp, dan geven ze de berichten daarover een ‘hashtag’: een trefwoord. Een hashtag is te herkennen aan het # ervoor, dus bijv. #tweedekamer (voor berichten over de Tweede Kamer). Een Hashtag is aanklikbaar en linkt naar een pagina met de meest recente tweets die allemaal deze term bevatten.
Zo’n hashtag wordt vaak gegeven aan berichten over actuele onderwerpen, bijv. een conferentie en onderwerpen waarvan verwacht wordt dat veel mensen daarin geïnteresseerd zijn (bijv. een televisieserie). Deze hashtags ontstaan spontaan: er is geen lijst met vaste hashtags. Maar wie een tijdje heeft getwitterd, zal waarschijnlijk de volgende hashtags herkennen:

  • #durftevragen: voor berichten met vragen waarop je niet direct zelf het antwoord weet en waarvan je verwacht dat anderen, ook buiten je volgers om, het antwoord weten,
  • #fail: over diensten en producten die tegenvallen,
  • #ff (followfriday): voor berichten met namen van interessante twitteraars, die je wilt aanbevelen bij je volgers.
  • Televisieprogramma’s: #dwdd: berichten over het televisieprogramma ‘De wereld draait door’ en #penw over het programma ‘Pauw en Witteman’,
  • #OWD2011: voor de tweets over en tijdens De Onderwijsdagen 2011.

Tools om twitterberichten te schrijven en te lezen
Toen Twitter in 1996 begon was het alleen mogelijk om via de site van Twitter berichten te schrijven en te versturen. Met het toenemen van het aantal gebruikers (in 2010: 190 miljoen) is ook het aantal applicaties waarmee je kunt twitteren toegenomen. Deze applicaties zijn programma’s die je op je computer, mobiele telefoon en iPad kunt installeren en waar mee je kunt twitteren zonder gebruik van een browser te maken. Op Twitdom staan bijna 2000 Twitter-applicaties / Twitter-clients. Veel gebruikte zijn Tweetdeck, Echofon en Twitterific.

Andere microblogtools
Twitter is de meest gebruikte tool om te microbloggen, maar niet (meer) de enige. We noemen een paar andere, soortgelijke tools:

  • De tool Yammer wordt vooral gebruikt binnen bedrijven: alleen mensen met een e-mailadres van het bedrijf krijgen toegang tot de tweets. Yammer heeft ten opzichte van Twitter een aantal extra mogelijkheden, zoals bestanden delen, groepen maken en samenwerking met mensen van buiten het bedrijf in communities. Organisaties die gebruik maken van Yammer, hebben zelf het beheer over de tool, waardoor ze zelf kunnen bepalen welke diensten ze aanbieden en wie toegang krijgen tot de tool. Een open source alternatief voor Yammer is Status.net.
  • Edmodo is een microblogtool die speciaal is ontwikkeld voor het onderwijs. Je kunt er klassen aanmaken, waarbinnen gebruikers niet alleen met elkaar kunnen microbloggen, maar ook bestanden en URL’s kunnen delen. Ook is het mogelijk om een poll aan te maken waarop studenten kunnen reageren, opdrachten te versturen en deze te koppelen aan een datum in de gemeenschappelijke kalender. In het ‘gradebook’ kan bijgehouden worden hoe de opdrachten beoordeeld zijn.

Nut van Twitter
t-for-twitter“Waarom zou ik willen weten wat iemand van minuut tot minuut doet?” is een veel gehoorde vraag over Twitter. Als je Twitter hebt leren gebruiken weet je dat het daar niet om gaat. Met Twitter worden contacten worden gelegd en onderhouden en kennis gedeeld. Door het opbouwen van een goed twitternetwerk en het gebruik van hashtags kan Twitter veel je voor betekenen.

Twitterterminologie
Tot slot van deze inleiding nog wat twitterterminologie. Iemand die twittert wordt een twitteraar of tweep genoemd, de berichten die verstuurd worden heten tweets en als je een bericht van een andere aanhaalt voor je eigen volgers, wordt dat retweeten genoemd. De mensen die je berichten lezen zijn je volgers. Als tweeps elkaar ontmoeten, wordt dat een tweetup genoemd, en als mensen (vaak ’s avonds laat) tijdelijk stoppen met twitteren, dan sturen ze een berichtje ‘twexit’. Kijk voor meer twitterterminologie op Twittonary.

Twitter in het onderwijs

Twitter kan in het onderwijs voor verschillende doelen ingezet worden:

  • Educatieve doelen:
    • Via Twitter kan samengewerkt worden: tweeps houden elkaar op de hoogte van wat ze doen en denken via Twitter, en gebruiken hun netwerk om gezamenlijk problemen op te lossen,
    • Colleges worden interactiever door vragen te stellen die via Twitter beantwoord kunnen worden, of door studenten uit te nodigen zelf vragen te stellen via Twitter. Bij de University of Texas hebben ze ondervonden dat het gebruikt van Twitter de studentbetrokkenheid in de les heeft vergroot. Op de site Mashable staat een (video-)verslag.
      Een ander voorbeeld van het indienen van vragen via Twitter is uitgevoerd bij Purdue University. Via Twitter, facebook en sms kunnen vragen worden ingestuurd. Via de zelf ontwikkelde applicatie Hotseat is het mogelijk voor studenten om vragen een waardering te geven. De vragen met de beste waardering kunnen bijvoorbeeld in het college worden behandeld.
    • Wie zijn studenten vraagt om tijdens een college via Twitter verslag uitbrengen over wat ze horen, krijgt een aardig beeld wat studenten hebben opgepikt van het college.
    • Door studenten samen te laten twitteren, worden ze gedwongen te bepalen wat de kern is van het onderwerp waarover ze twitteren. Het verslag zelf kan door de studenten gebruikt worden bij het verder bestuderen van de stof, niet alleen door de studenten die zelf het verslag hebben geschreven via Twitter, maar ook door studenten die niet bij het college konden zijn.
    • Twitter geeft vaak goed weer wat er belangrijk was bij een bijeenkomst. Jeroen Bottema doet dit bijvoorbeeld op zijn blog Leervlak.nl.
    • Het is ook mogelijk om Twitter in te zetten als tool om te discussiëren over (toepassing van) de leerstof of het geleerde te evalueren en tot een gezamenlijke conclusie te komen.
    • Twitter kan ook gebruikt worden om studenten opdrachten te geven of ze te herinneren aan eerder gegeven opdrachten of om ze te wijzen op informatie m.b.t. hun studie of ze tips te geven en zo (meer) interesse te kweken voor de leerstof.
    • Als team of kun je twitteren over je werk. Bij de ICT&O afdeling van de HAN zijn een aantal twitteraars actief. Wanneer zij twitteren over zaken die passen binnen hun werk dan voorzien ze hun bericht van #hanicto. Op die manier blijft de afzender duidelijk, terwijl je tegelijkertijd inzicht hebt in wat het hele team doet. Er zijn overigens ook diensten die het mogelijk maken om gezamenlijk vanaf één account Twitterberichten te versturen.
    • Een docent kan links naar bronnen en interessante gedachten gaan twitteren. Docent Wolter Mooi van het VUmc heeft bijvoorbeeld zijn eigen twitterfeed, over zijn vakgebied en eigen interesses. Omdat er op Twitter discussie niet goed vast te leggen zijn laat hij zijn tweets automatisch binnenkomen in Facebook. 
Studenten kunnen “vrienden” worden op Facebook en daar commentaar geven op de tweets.
    • Samenwerkend leren: “Samenwerkend leren kun je via Twitter een impuls geven. Bijvoorbeeld een leerling die voor een groep op onderzoek uitgaat en bevindingen twittert, een ander maakt een verslag op een weblog, een derde is alvast in het computerlokaal aan de presentatie bezig. Ga ik eens over nadenken.” Aldus Abjini Blom op Linked in.
    • Een docent kan een lijst maken met interessante twitteraars. Deze lijst kan gevolgd worden door studenten.
  • Organisatorische doelen
    • Twitter is een medium dat zich uitstekend leent voor PR-doelen. Wie regelmatig twittert, heeft de mogelijkheid een sterke virtueel imago op te bouwen,
    • Onderwijsinstellingen, studenten en docenten kunnen via Twitter een netwerk opbouwen en onderhouden: met andere onderwijsinstellingen, bedrijven, vakgenoten, alumni enz.
    • Via Twitter kunnen relatief eenvoudig mededelingen verstuurd worden aan studenten, bijv. over roosterwijzigingen.

En bovenal past Twitter bij het informele leren dat ook buiten de collegezaal en de school plaatsvind. Patrick Lowenthal van de University of Colorado heeft over ‘Social Presence’ een presentatie gegeven op Educause 2009 conferentie: Tweeting the Night Away: Using Twitter to Enhance Social Presence. Lees ook hun abstract. Op de site Online Colleges staat een ander overzicht van het gebruik van Twitter in het onderwijs.

N.B. Bekijk ook deze video waarin Christa Romp, docent Economie aan de Hogeschool van Amsterdam, wordt geïnterviewd over hoe zij Twitter inzet voor het onderwijs.

Tips en trucs

  • Maak gebruik van speciale Twitterclients om twitterberichten te lezen. Deze tools, welke hierboven al zijn besproken, zijn vaak veel makkelijker in gebruik dan de Twittersite zelf. Ze bieden goede mogelijkheden om te synchroniseren tussen verschillende platforms, waardoor je op je mobiele telefoon dezelfde overzichten hebt als op je p.c. of Mac en je kunt er vaak verschillende Twitteraccounts mee onderhouden (bijv. een account voor privé en één voor het werk).
  • Je hebt veel karakters nodig om URL’s te delen via Twitter. Twitter verandert sinds eind 2010 lange url in korte url’s die beginnen met t.co/…. Je kunt ook gebruik maken van diensten zoals Tiny URL en Bit.ly die URL’s inkorten.
  • Als je foto’s maakt, die je wilt delen via Twitter, dan kan je gebruik maken van speciale fotodiensten, zoals Twitpic, Yfrog, Mobypicture en Plixi. De foto wordt in je twitterbericht opgenomen als link.
  • Het is mogelijk om Tweets op verschillend plekken te laten zien. Je kunt bijvoorbeeld je eigen tweets embedden in je eigen website. Ook is het mogelijk om bijvoorbeeld tijdens een conferentie alle tweets die een bepaalde hashtag hebben (en soms ook de links die in een tweet zijn gepost) live bij elkaar te vertonen op één pagina: een twitterwall. Applicaties waar mee dit kan zijn: Twitterfountain, Twitterfall, Twitter Tools van SAP en Twubs.
  • Het is mogelijk via de knop ‘Find Friends’ onder ‘People’ in je online adresboeken van mail of Linked in naar contacten met een Twitteraccount te zoeken en hen te volgen.
  • Het kan leuk zijn om je Twittervrienden IRL te ontmoeten. Daarom worden tijdens conferenties en andere (grote) bijeenkomsten Twitter meetups georganiseerd. De twitteraars die op zo’n conferentie zijn, komen op een tevoren afgesproken moment bij elkaar, en maken dan een foto van de groep. Op de site Twitter Meetup kan je zien waar in de komende tijd bijeenkomsten georganiseerd worden.
  • Sommige mensen gebruiken Twitter als zoekmachine of als nieuwssite. Je vind altijd actuele informatie. Nieuws is via Twitter vaak sneller beschikbaar dan via de traditionele kanalen. Tevens laat Twitter Trending topics zien, termen die op dat moment veel gebruikt worden op Twitter. Deze gelden globaal en kunnen ook ingesteld worden voor alleen een stad of land.
  • Er komen steeds meer applicaties waarmee je, naast de tekst ook plaatjes en video worden vertoond die alle mensen die je volgt als link plaatsen op Twitter. Dit kan o.a. met de iPad applicatie Flipboard of je dagelijks persoonlijke “krant” op Paper.li.
  • Steeds meer internetsites worden gekoppeld aan je Twitteraccount. Het is mogelijk om vanuit blogs, YouTube, Slideshare en Linked in Tweets te versturen. Ook is het mogelijk om vanuit Twitter naar Facebook, Linked in (via hashtag #in), Socialcast en Hyves berichten te sturen. Bij veel applicaties kan dit automatisch. Let wel, dat gebruik van de diverse platforms verschillend is en het vaak niet wenselijk is om alle berichten automatisch op een ander platform over te nemen. Via Twitterfeed is het mogelijk om een RSS-kanaal om te zetten naar Tweets.
  • Het is mogelijk om alle links die je zelf tweet te verzamelen op de social bookmarking site Delicious. Dit kan via Packratius of Tweecious.
  • Het zoeken via Twitter.com is beperkt tot berichten van maximaal twee weken oud. Via Twapper Keeper is het mogelijk om verder in het verleden te zoeken.
  • Twitter is nog een vrij nieuw medium, waardoor je nog niet kunt spreken van een duidelijke Twitter-etiquette. Maar er zijn wel een aantal regels, bijvoorbeeld:
    • Twitter niet anoniem: gebruik een eigen naam of nickname en niet de naam van de onderwijsinstelling en maak je tweets persoonlijk.
    • Wees positief in je berichten en gebruik humor.
    • Vermeld waar mogelijk je bron.
    • Verspreid berichten van anderen die je interessant vindt in je eigen netwerk (retweeten), maar herhaal niet je eigen berichten: dat wordt vaak ervaren als drammen.
    • Maak zinvol gebruik van hashtags:
      • Spreek met mensen met wie je samenwerkt af welke hashtags je gaat gebruiken, zodat je relevante berichten er snel uit kunt pakken.
      • Maak gebruik van algemeen bekende hashtags zodat je tweets ook buiten je eigen netwerk gelezen worden. Een tweet voorzien van de hashtag #durftevragen wordt door duizenden gelezen!
    • Gebruik direct messages waar nodig en noem (waar mogelijk) in het begin van je tweet tot wie je je richt.
    • Het kan erg onvriendelijk overkomen als je mensen gaat ‘unfollowen’. Wees daarom terughoudend in wie je volgt of maak in je Twitteraccount aparte lijsten aan van mensen die je meer of minder interessant vindt, of van twitteraars op verschillende vakgebieden.

Opdrachten

  1. Maak een account aan op Twitter.
  2. Zoek naar berichten over jouw vakgebied.
  3. Zoek een aantal mensen op Twitter die tweets plaatsen op jouw vakgebied.
  4. Selecteer nu een aantal mensen dat je wilt volgen.
  5. Schrijf een blogpost over de mogelijkheden die jij ziet voor het gebruik van Twitter in het onderwijs.

Voor gevorderden

  • Verdeel de mensen die je volgt in 2 of meer categorieën, en maak daarvan lijsten.
  • Je kunt via Twitter ook laten weten waar je bent door het programma toe te staan een locatie toe te voegen aan je bericht. Je kunt je ook aanmelden bij een locatiedienst, zoals Feest.jeGowalla en Foursquare. Onderzoek de mogelijkheden van dit soort diensten en benoem in een blogpost de mogelijkheden ervan voor het onderwijs en de nadelen.
  • Doe een vergelijkend onderzoek naar de mogelijkheden van twee tools om te microbloggen: Twitter, Yammer, Status.net of Edmodo. Benoem de voor- en nadelen van de tools voor de doelen die jij hebt met microbloggen.
  • Maak een twitterfountain of laat twitterberichten op je blog verschijnen.

Achtergrond


3 Reacties